Home / Weblog / Henk Venema

Henk Venema

Lees de complete weblog hier: http://pahengvoorlitindoinindonesia.blogspot.com/ 

 

Geen stoffige boeken

19-06-2011 15:38

Opnieuw is een LITINDO-boek uitgekomen: Kehendak-Mu Jadi!, de vertaling van H. Westerinks boek over het bidden, Roep Mij aan! Pas enkele weken geleden kwam de vertaling van C. van den Bergs verklaring op Handelingen - Proces om de volken - uit, onder de titel Sungguh Merekalah Umat-Ku!. Weer twee LITINDO-boeken. Hopelijk gaan ze net zo goed lopen als de andere boeken. Vergeleken met een jaar of tien geleden, toen er zoveel mogelijk letters op elke pagina werden gedrukt om het boek maar zo goedkoop mogelijk te maken, wordt nu veel meer aandacht besteed aan het uiterlijk van de boeken. En nog blijft de verkoopprijs mn van de door Bina Kasih uitgegeven boeken laag in vergelijking met die van andere uitgevers.
 
De LITINDO-boeken lijden bepaald geen stoffig bestaan. Hoewel ... In Mamasa hoef ik vanuit het gastenhuis de weg maar over te steken en ik kom op het terrein van het Kantoor van de Gereja Toraja Mamasa. Aan de rand van het terrein, met een aparte toegang vanaf de straat, staan twee winkels, waarvan één een Toko Buku (boekwinkel). Natuurlijk loop ik daar eens even binnen. Netzomin als iemand bijvoorbeeld een stoffenwinkel niet voorbij kan lopen, kan ik maar moeilijk de verleiding van boekwinkels weerstaan ('t is natuurlijk de vraag of dat wel een verleiding is, in ieder geval niet van Satan ... sorry, ik zit nog steeds in het hoofdonderwerp van mijn werkreis: Jezus is Satan de baas). Er zijn een paar klanten in de winkel, onder wie de domina van zondagmorgen. Op een tafel liggen bijbels en liedbundels. En verder? Ik kijk rond en constateer al gauw dat 10% van de aanwezige titels LITINDO-boeken zijn. Wauw! Kom daar bij de boekwinkel van BPK in Jakarta eens om. Daar kom je waarschijnlijk niet eens op 1%. Nou ja, laat ik eerlijk zijn, het totale aantal voorradige titels bedraagt niet meer dan 30, het aantal LITINDO-titels dus 3. Dan liggen er bij BPK toch weer meer. Het is maar hoe je het bekijkt. En verder zitten al die boeken dik onder het stof. Elke keer wanneer er een auto voorbij komt, waait er weer een wolk stuifzand naar binnen door de open deur en de kapotte ramen. Een stel stoffige boeken in een overigens propvolle winkel. Want behalve die boeken heeft deze Toko Buku ook kantoorartikelen, schoenen, lampen en stekkers, en wat niet al te koop. Je moet toch ergens van rondkomen.
 
Op de STT Mamasa ziet het er in de bibliotheek een stuk beter uit. Ze hebben nog lang niet het aantal boeken dat voldoet aan de criteria voor overheidserkenning van de opleiding. Maar de boeken staan keurig ingedeeld in kasten in een schone, goed af te sluiten ruimte. En de studenten willen ook best boeken kopen. Ik ga met een forse bestelling (en het geld ervoor) terug naar Jakarta. Zo helpen zij voorkomen dat de LITINDO-boeken in het magazijn van Uitgeverij Bina Kasih onder een laag stof verdwijnen. En niet alleen zij. Ook op de drie presentaties die ik intussen in Jakarta heb gegeven, georganiseerd door Bina Kasih, is voor miljoenen Rupiahs aan boeken verkocht. Nee, stoffig zijn de LITINDO-boeken bepaald niet.

Vertrouwd in het verre Mamasa

17-06-2011 03:41

The road to Mamasa is pure hell, but at the end you arrive in paradise.

 

In Mamasa, op West-Celebes, zit je echt aan "de einden van de aarde." In Cen­traal- en Zuid-Papua is dat trouwens niet anders. De zendingen van de zogeheten Gereformeerde gezindte hebben Christus' zendingsbevel, kun je wel zeggen, letterlijk uitgevoerd (al zitten ze dichtbij huis ook echt niet stil). Je vraagt je alleen af, hoe zijn ze hier ooit terechtgekomen? Daar zit in de meeste gevallen een heel verhaal achter, dat vaak ook wel ergens beschreven is. Interessant om te lezen langs welke – soms haast onbegaanbare – wegen God deuren opent voor het Evangelie.

 

Terug naar Mamasa. Nou, laat ik eerst maar eens proberen om er te komen. Van Jakarta vlieg ik in ruim twee uur naar Makassar. De volgende dag gaat de reis per auto verder. Eerst een rit van vijf uur langs de westkust naar het Noorden, naar Polewali, waarbij de eerste twee uur aan de weg wordt gewerkt (alvast een voorproefje op het vervolg?). En dan verder naar het Noorden, niet langer langs de kust maar het berg­achtige binnenland in over een smalle, stijgende en steeds slechter wordende weg. Ook de tocht  van Polewali naar Mamasa (90 km) duurt zo'n vijf uur. Tijdens een stop halver­wege bij een 'wegrestaurant' – waar de taaie poot van een kampong­kip met minstens 1.000 vlieg­uren er best ingaat – bereidt een van de vriendelijke, praat­grage mensen me voor op wat me nog te wachten staat: "Al eerder in Mamasa geweest, Mister? Nee? Nou, over een kilometer of tien begint het pas. Dan leer je echt dansen." Met andere woorden: het ergste komt nog. Terwijl we al heel wat hebben gehad aan half opgeruimde aardverschuivingen (als de auto's er maar weer langs kunnen, toch?) en in de gapende afgrond verdwenen stukken asfalt. Bij het ver­trek krijg ik de welgemeende wens mee: "Tuhan memberkati!" (Moge de Heer je zegenen!). Kijk, dat klinkt vertrouwd. Daarmee kom je thuis. Het vervolg van de barre tocht valt me niet eens tegen. Laat de weg zelf pure hell zijn, de uitzichten onderweg zijn vaak indrukwekkend mooi. En overal wonen en werken mensen, langs de weg en op de hellingen. In de dorpen is de weg versmald omdat er overal kleden liggen met daarop rijst, mais, cacao- en koffiebonen. Die liggen in de zon te drogen. Hier wordt geleefd. En hoe ze hier leven, wordt wel duidelijk uit de vele kerkjes (met een haantje op de toren): ze kennen hier God en zijn Zoon, Jezus Christus.

 

Maar dan kom ik tegen de avond Mamasa binnen, in een door bergen omzoomde vallei, met wegen van beton. Het laatste stukje van de urenlange rit zoeven we over de weg. Ik word hartelijk verwel­komd in het gastenhuis van de Gereja Toraja Mamasa (GTM), op een rustig plekje aan de oever van de altijd bruisende rivier de Mamasa. En als ik de dagen daarna rondloop in het stadje en op de Theologische Hogeschool van de GTM mijn LITINDO- programma uitvoer, valt het me op hoe vrien­delijk de mensen hier zijn. Iedereen, van oud tot jong, groet me en wil best een praatje maken.  Wanneer ik in de omgeving wandel, word ik uit­genodigd om binnen te komen en even uit te rusten. Ze vertellen me over hun leven hier, over hun werk, over de kerk waar ze bij horen (alleen al in Mamasa-stad heeft de GTM vijf grote kerkgebouwen). En ja, van hun christen zijn krijg ik ook bepaald een positieve indruk. Tijdens een huis­eredienst die ik min of meer toevallig bijwoon gaat de bespreking van het bijbelgedeelte niet alleen inhoudelijk diep, maar ook in praktische zin: wat leren wij uit de bijbel voor ons eigen leven hier in Mamasa. Natuurlijk, ook hier zijn christenen die niet echt actief zijn, die de kerk­diensten te lang vinden duren en die zich bij kerkelijke activiteiten drukken. Mamasa is zeker geen paradijs. Maar ik voel me hier wel meteen vertrouwd. Om het aangename klimaat, om de prachtige omgeving, maar vooral om de mensen. Het is alsof ik gewoon in Onnen ben. Thuis dus.

 

Volgens zeggen betekent de naam Mamasa (of Mamase): goed zijn voor iemand. Dat geldt zeker voor de rivier Mamasa die door de vallei stroomt en de hele regio grote vruchtbaarheid en gulle opbreng­sten geeft. Maar het geldt ook voor de mensen die hier leven. Dat maak ik op uit de verhalen die ik hoor over vroeger en nu. Maar ik ervaar het ook zelf. "Tuhan memberkati!" Moge de Heer hen (blijven) zegenen. Ik kom hier graag nog eens terug. Daarom neem ik afscheid met een "Tot ziens, Deo volente."

 

Herinnering          

De lange reis van Makassar naar Mamasa roept bij mij herinneringen wakker aan mijn tijd in Papoea (Irian Jaya). Vanuit de kerk van Kouh aan de brede rivier de Digoel had ik ook de zorg voor de kleine gemeente in Tirop aan de bovenloop van de rivier de Moeroep. Niet voor niets heette dat dorp in de volksmond ook Desa Ujung (dorp aan het uiteinde). Je kon er met de boot-met-aanhangmotor alleen komen, als het water extreem hoog was (banjir besar). Van Kouh tot aan de monding van de Moeroep deed je er dan één tot anderhalf uur over, vandaar naar Tirop zeker vier uur. De mensen in Tirop hoorden de ronkende boot al van ver aankomen. Bij aankomst stond de oever dan ook zwart van de mensen. Het hele dorp ontving je. Je was geen moment alleen. Als je een paar dagen later door diezelfde mensen werd uitgezwaaid, omdat je weer terug moest, was het water alweer gezakt tot normaal peil en deed je er, ook al ging je stroomafwaarts, een hele dag over om weer in Kouh te komen. Al die boomwortels, die ondiepten, die versperringen. Je moest de boot er doorheen trekken of ruimte openkappen. Vreselijk. De eerste keer zat ik me op te vreten, weet ik nog: ik had er op gerekend om rond de middag thuis te zijn, dan kon ik nog van alles doen. Tot ik besefte: Stomme Nederlander die ik ben. We moeten altijd iets doen. Waar ben ik eigenlijk mee bezig. Geniet toch van deze over­weldigende natuur. Dit is uniek. Zeker geen hel en ook geen paradijs. Maar wel paradijselijk.

Jezus is Satan en zijn boze geesten de baas

31-05-2011 11:19

De lessen op de Akademi Teologi Reformed in Bengkayang (Kalimantan Barat) beginnen 's morgens om half acht. Maar om zeven uur zie ik de eerste studenten al aankomen. En om kwart over zeven hoor ik ze al zingen. Natuurlijk zijn er altijd een paar laatkomers, maar zo beginnen ze zelf al met de dagopening. Iedere morgen lezen ze een hoofdstuk uit de bijbel, momenteel uit Exodus, bidden ze en zingen enkele liederen. De zeven studenten (2v/5m) hebben bij toer­beurt de leiding. Daarna beginnen de lessen. Het is even wennen aan elkaar, maar de juiste sfeer wordt al gauw gevonden. Het is pret­tig lesgeven aan deze studenten. Er wordt vaak op mijn uitleg gereageerd met opmerkingen en vragen. Zo kan ik gemakkelijk checken of de boodschap overkomt. Tijdens de pauzes maken de meesten graag een praatje, in het leslokaal of onder de koffie bij Sutam in de keuken.

 

Het onderwerp van zowel de lessen op de ATR als van het seminar later in de week is 'de onzichtbare wereld', onder­deel C van het hoofdstuk in de te publiceren Dogma­tik Reformed Ringkas (DDR) over schepping en voorzienigheid. God heeft behalve de zichtbare wereld ook de engelen geschapen, onzichtbare gees­ten van wie een deel in opstand is gekomen. Over die ge­vallen engelen, Satan en zijn boze geesten, gaat het nu vooral. Nader gespecificeerd: over Jezus' overwinning op hen. Hij, de Zoon van God, is hen de baas.

 

Op de ATR behandel ik dit thema vooral exegetisch. Ik gebruik daarbij mijn handleiding Kitab Suci – Untuk Kita! om de studenten systematisch te leren werken. Verder intro­duceer ik drie door LITINDO uitgegeven bijbel­verklaringen: Markus. Injil menurut Petrus (op Marcus), Sungguh Merekalah Umat-Ku (op Handelingen) en Aku Datang Segera (op Openbaring).  Tijdens deze lessen hebben we het niet uitgebreid over hoe je als christen vandaag stand­houdt tegen de verzoekingen van Satan en wat je moet doen wanneer zich duivelse bezetenheid voordoet. Dat komt later op het seminar uitgebreid aan de orde, aan de hand van recente ervaringen op de christelijke SMP (mavo) ter plaatse.

 

Het is van belang, concluderen we, om in te zien dat het bij gevallen van bezetenheid om incidentele excessen gaat, buitengewone voor­vallen die Satan juist gebruikt om de aandacht van zijn 'gewone', 'alledaagse' verzoekingen af te leiden. In feite kun je toch zeggen dat elke zondaar onder invloed van de duivel is, of zelfs in zijn greep. Door concentratie op excessen kun je dat gemakkelijk vergeten en de ogen sluiten voor de stiekeme verleidingen van Satan. Niet alleen bezetenen (in de specifieke betekenis van het woord) maar iedereen moet door Christus worden gered. En vervolgens: als je je geloofsrelatie en communicatie met God via Woord en gebed continu onderhoudt, geef je Satan geen kans en hoef je voor hem ook echt niet bang te zijn. Je beschikt over de juiste wapens: geloof, Woord en gebed. Per slot van rekening zijn ook wij in Christus overwinnaars en daarom niet te verslaan.

 

Het blijkt een gewild onderwerp te zijn, zowel tijdens de lessen als op het seminar. En ook in de gesprekken daarna. Ietwat grof gezegd: het stikt op KalBar van de geesten. De mensen worden erdoor beheerst. Wat wil je ook in een animistische omgeving waarin totaal alles bezield is. Hun angst geldt trouwens meestal de geesten van voorouder, terwijl ze juist daar­voor nu net niet bang hoeven te zijn, want volgens de bijbel zijn die na hun dood niet meer op aarde en kunnen zij de levenden dus ook niet dwarszitten. Maar de duivel houdt via de dukun, de lokale tovenaar cq medicijnman, de mensen natuurlijk graag in zijn greep, rechtstreeks of via zijn boze geesten of menselijke fans.

 

Het is dus nog altijd oorlog, met als inzet de wereld, ook al gaat het tegen een al verslagen vijand. Koning Christus roept ons allemaal onder de wapens. De door Paulus aangeraden geestelijke wapenrusting hebben we echt nodig. Maar, nogmaals, de overwinning is al behaald. De Heiland van de wereld heeft de overste van de wereld al definitief verslagen. Het gaat nu alleen nog om de afronding. Dat is toch een geruststelling. Ook al is de strijd best zwaar.

JAKARTA! JAKARTA!

19-05-2011 16:12

2011 01 – 19 mei 2011

Zo luidt de titel van een boek over Jakarta van, ik meen, Dirk Vlasblom (die ook een dikke pil over Papoea heeft geschreven). Jakarta is een vreselijke stad: chaotisch, vastgelopen, vies, heet enz enz. Je wilt er zo snel mogelijk weer vandaan. Of er helemaal niet zijn. Maar tegelijk is het een heerlijke stad om in rond te dwalen. Overal kom je weer andere mensen tegen. Overal wordt volop geleefd. Overal sta je versteld van de vindingrijkheid van de mensen. Jakarta heeft toch zijn bekoring. Ik kom er graag elk jaar terug. Ook nu weer. Ik heb het gevoel dat ik niet weggeweest ben. Zo vertrouwd is alles om me heen.

Maar intussen zit ik hier al een week en heb al heel wat gedaan:
• Twee boekpresentaties gehouden, een op het Seminari Bethel en een op SETIA, waarbij Uitgeverij Bina Kasih veel boeken heeft verkocht met voor de studenten aardige kortingen.
• Een seminar gegeven over het nieuwe LITINDO-boek Sungguh Merekalah Umat-Ku ([ook] Zij zijn echt mijn volk, de vertaling van Proces om de volken; de Nederlandse titel is verwerkt in de subtitel van het boek); er staan nog twee andere boeken op uitkomen: Kehendak-Mu Jadi! (Laat Uw wil gebeuren!, de vertaling van Roep Mij aan!) en – in de Seri Pembinaan Jemaat (Serie Gemeentetoerusting) – het boek Jemaat yang Mengenal Kitab-Kitab (De gemeente die de Schriften kent, eerder intern uitgekomen onder de titel Kanonik Reformasi).
• Een paar workshops vertalen / editen gedaan en bijgewoond: bij Bina Kasih de wekelijkse Bengkel Editorial bijgewoond, samen met Mariam Waang; en samen met Mariam een stuk van haar vertaalwerk doorgenomen.
• Ook, in het weekend, een aantal vrienden bezocht: de families Waang, Lifire en Koens.
• En last but not least, ik ben met de twee KalBar-broeders Andreas Bantan en Rivhan Sabuna naar de Nederlandse Ambassade geweest om hun visumaanvraag zo mogelijk te bespoedigen, maar helaas, ze moeten gewoon wachten tot 24 mei. En dat terwijl de IRTT-cursus (die heet nu trouwens anders) vandaag begonnen is. Dat is de enige klus tot nu toe die me mislukt is. Jammer.

Gisteren heb ik mij naar de boekwinkel van BPK laten vervoeren in een bajaj, zo’n knetterende en rokende bromtaxi op drie wielen. De chauffeur was een praatgrage oudere man (net als ikzelf, geloof ik), een forse kerel met zo’n gehaakt mutsje op en daaronder een paar twinkelende ogen. Hij moest natuurlijk goed op het verkeer letten, maar bij elk stoplicht zat hij zowat achterstevoren op zijn bankje: “Jij spreekt goed Indonesisch. Hoe komt dat?” (1e stoplicht), “Wat trekt je nu zo, dat je hier elk jaar terugkomt?” (2e stoplicht), “Hoe zit het in Nederland met de seizoenen? En kunnen arme mensen in de winter wel de verwarming betalen (hier hebben ze geen AC)?” (3e stoplicht). We pauzeren even bij een ATM: ik moet wat geld uit de muur trekken. Ik vraag hem of hij mij zo ook weer terug wil brengen, want ik hoef bij BPK alleen maar een stel boeken voor SETIA te regelen. Dat wil hij best. Bij BPK parkeert hij zijn voertuig keurig tussen de auto’s en wacht. Als ik even later weer naar buiten kom, houdt hij glunderend het deurtje voor me open. En daar gaan we weer. Hij zet me keurig voor de deur af. Ik betaal hem en wens hem het beste. Misschien tot ziens. Jammer dat ik geen foto van hem gemaakt heb.

Ja, het is goed om weer in Jakarta te zijn. Maar ik ga vrijdag met net zoveel genoegen naar Kalimantan Barat om daar de vrienden van de GGRI (Bengkayang) en SETIA (Ngabang) te ontmoeten en elkaar te stimuleren tot het mooie werk dat we voor Koning Christus mogen doen.

Samen aan het werk

21-06-2010 09:26

Het vliegtuig landde al om vijf voor vijf, twintig minuten te vroeg. Geweldig. Voor Nederlanders is tijd geen elastiek. Beter te vroeg dan op tijd, nietwaar? Dat maakt ook de KLM waar. Trouwens ook de Indonesische Garuda volgt daarin steeds meer. Bij de vlucht van Kupang naar Jakarta taxieden we bijna een kwartier vòòr de officiële vertrektijd al naar de startbaan.

 

Nu was het wachten op Anita, een van de passagiers. De eersten - te zien aan de gele See, Buy, Fly-tassen - kwamen al gauw tevoorschijn. Maar het duurde nog tot kwart voor zes voor Anita door de douanesluis naar buiten kwam. Ze moest eerst een visum kopen. Maar ze had een vlotte reis gehad en nu veel zin om deze week met mij mee te lopen in het LITINDO- en SETIA-gebeuren. Speciaal daarvoor kwam ze naar Jakarta. Nu, een volle concept-agenda lag al klaar en allerlei afspraken waren alvast gemaakt. Natuurlijk zou ze, als de gelegenheid ervoor was, ook wel graag wat van de omgeving willen zien: kampongs, sawahs. En ook dat was al geregeld.

 

Anita gaat in het zendingsdeputaatschap over de PR, de informatievoorziening aan de 11 GKv in de Classis Groningen. In de auto naar Wisma PGI vertelt ze enthousiast over de laatste activiteiten waaraan ze samen met Henriëtte deelgenomen heeft: de DVN-dag in Bunschoten-Spakenburg op 2e Pinksterdag, de zendingszondag in de GKv Bedum een week later en de voorlichting over LITINDO aan de kinderen van de GBS daar. Door de foto's, verslagen en gesprekken weet ze heel veel van het werk. Maar het is goed om het zelf ook eens mee te maken, al is het maar voor een week. En om er een aantal dagen helemaal in ondergedompeld te worden. Jammer natuurlijk dat ze geen Indonesisch spreekt, maar met Engels kom je ook een heel eind. En er is steeds een tolk bij de hand.

 

Ze moet zelf haar indrukken maar vertellen. Maar ik denk wel dat zij volledig aan haar trekken is gekomen. We hebben op één dag alle locaties van SETIA bezocht: Kalimalang, Daan Mogot en Kalideres. En later ook nog de ivm vakantie gesloten ruko's van de M.Div in Kota Wisata, Cibubur (zuidelijk van Jakarta). We zijn ook bij de families Lifire – bij wie net baby Yoel Chrysostomus was geboren – en Waang te gast geweest. We hebben overleg gevoerd bij uitgeverij Bina Kasih en hebben rondgeneusd in de boekwinkels van BPK en Momentum (quiz: zoek de LITINDO-boeken). We hebben ook nog een dagje relaxed gedaan. Tenminste … Lekker gewandeld in de theetuinen op de Puncak en jagung bakar (geroosterde mais) gegeten. Maar over de terugweg hebben we vijf uur gedaan. Het is macet total: een enorme file, waardoor we pas om negen uur 's avonds terug waren. Toch hebben we de tijd in de auto nuttig besteed. Anita heeft aan de hand van reclameborden en opschriften een aardig mondje Indonesisch leren spreken.

 

De meeste tijd ging echter heen met overlegvoeren over de gang van zaken op SETIA die momenteel veel problemen kent. Het gaat hierbij over de structuur van SETIA, de wijze van leidinggeven, de omgang tussen leiding en staf/docenten. De vrijdag en zelfs de zondag stonden voor een groot deel in het teken daarvan. Een aantal van de gesprekken werd in het Engels gevoerd, zodat Anita meteen kon meedoen. Wanneer er in het Indonesisch werd gesproken, moest er uiteraard steeds vertaald worden. Hopelijk hebben deze gesprekken een positieve uitwerking. In ieder geval, Anita staat haar vrouwtje. Ik heb het als heel prettig ervaren dat ik deze gesprekken niet in mijn eentje hoefde te voeren, maar dat Anita actief meedeed. We konden ook steeds samen napraten en lijnen uitzetten.

 

We gaan vandaag terug naar Nederland en laten hier heel wat achter. We bidden om Gods blijvende zegen voor LITINDO en vooral ook voor SETIA.

Yoel Chrysostomus Lifire

15-06-2010 02:35


Vorige week maandag, 7 juni 2010, kregen Yusup en Warni Lifire een vierde kind: Yoel Chrysostomus. De geboorte verliep niet zonder problemen. De navelstreng zat om de hals gewikkeld waardoor het kind bij de geboorte dreigde te stikken. De dokter heeft de navelstreng doorgeknipt zodra het hoofdje tevoorschijn kwam. Daarna verliep de geboorte verder zonder problemen. Het duurde even voor Yoel geluid gaf, maar Goddank, alles is goed met hem: een prachtige, gezonde zoon. Hij heeft alleen nog - tijdelijk - een korstje op zijn rug. Door de weinige ruimte heeft de dokter hem ook een beetje in zijn rug geknipt. Moeder en zoon maken het goed. Vader Yusup is trots. En Daniel, Christi en Joshua zijn blij met hun broertje. Hij draagt een mooie naam, een getuigenis: De HEER is God. We wensen hem de betekenis van zijn tweede naam toe: een gouden mond.

Doe mij maar de GKJTU

13-06-2010 17:44


Van maandag tot zaterdag (7-12 juni) ben ik in de stad Salatiga geweest voor een bezoek aan de Christelijke Kerk van Noord-Midden-Java, de GKJTU (Gereja Kristen Jawa Tengah Utara). De vliegreis van Jakarta naar Semarang duurt nog geen uur en de autorit vandaar naar Salatiga ruim een uur. Ik was nog nooit in deze regio geweest. Een nieuwe ervaring dus.

 

De GKJTU is een orthodoxe kerkgemeenschap van zo'n 20.000 leden. De gemeenten zijn over het algemeen klein, maar heel actief. Vanuit het synodekantoor worden allerlei activiteiten ontplooid en aangestuurd, al of niet in samenwerking met een buitenlandse partner, zoals de GZB, de HGJB en Tear, en de UEM (Wuppertal). Vanuit de GKJTU worden landbouwprojecten georganiseerd, er draait een voorlichtingsprogramma inzake HIV/Aids en een programma om de gastvrijheid (keramahtamahan) nieuw leven in te blazen. Vanuit de UEM is Christian Gossweiler werkzaam in de GKJTU, en vanuit de GZB gaat Christiaan Visscher er binnenkort aan het werk. Voor LITINDO is de GKJTU vooral interessant vanwege de Aanvulling die deze kerken hebben gemaakt op de Heidelbergse Catechismus, de Pelengkap Katekismus Heidelberg, waarin – in vraag/antwoordvorm – wordt ingegaan op het leven als christen in de lokale cultuur en godsdienstige verscheidenheid, maar ook in de moderne wereld met z'n economische en technologische ontwikkelingen. Een gereformeerde geloofsbelijdenis die ingaat op het dagelijkse leven van de belijdende gemeente hier en nu.

 

Een aantal van die projecten heb ik mogen bezoeken: het biologische landbouwproject in Cuntel op de helling van de – niet-actieve – vulkaan Merbabu, het koeien-microkrediet in Tayaman (gelinkt aan het vorig mbt biologische bemesting), en het biogasproject in Getasan (ook gekoppeld aan het vorige). Via deze projecten die stuk voor stuk passen in de lokale situatie wil men een christelijk getuigenis aan de bevolking geven over een verantwoord beheer van de schepping. Pesticiden en chemicaliën maken de grond kapot. De groenten zijn in feite ongezond voor de mens. En door het kappen van de bossen, oa voor brandhout, raakt de natuur uit balans. Dus: terug naar de natuur. God heeft de mens opgedragen de aarde te ontplooien, niet in de zin van vernielen en opmaken maar in de betekenis van volmaken (in dubbele zin). Het valt nog niet mee deze projecten te laten aanslaan, maar men is gemotiveerd om ermee door te gaan. Zo worden 2x per week in Salatiga in een kraampje gewoon aan de kant van de weg de biologische groenten verkocht.

 

Ik ben ook te gast geweest bij PERCIK (Persemayan Cinta Kemanusiaan, kweekplaats voor liefde voor de mensheid), een instantie waar men werkt aan de ontwikkeling van 'lokale theologie'. Men bestudeert er de lokale cultuur (een gastenhuis en uitgebreide bibliotheek zijn beschikbaar voor mensen die daar onderzoek willen doen). Wat is er van die cultuur te leren en hoe kan die in de kerk en in het christelijk leven gestalte krijgen? Best leerzaam voor het dogmatiekproject van LITINDO. Momenteel werken Jasper Slob en zijn vrouw (PKN/Kerkinactie) mee in dit project. Het is een project van de GKJ (Gereja Kristen Jawa), maar de GKJTU is erbij betrokken. Dat bleek ook duidelijk tijdens het seminar (zie hieronder) dat werd begonnen met een ibadah (eredienst) die inhoudelijk voluit gereformeerd was, maar in Javaanse setting. Echt heel mooi en indrukwekkend.

 

De bezoeken aan de diverse projecten leverden mij heel bruikbare gegevens voor het hoofdstuk over schepping en voorzienigheid in de door LITINDO uit te geven 'Beknopte gereformeerde dogmatiek in de Indonesische context'. Ik heb dus veel ontvangen. Ik heb ook wat mogen terugdoen. Op donderdag begon een driedaags seminar. De eerste dag hiervan heb ik mogen invullen, met 's morgens een inleiding in en discussieronde over 'ons leven hier en nu onder Gods voorzienigheid' en 's middags/'s avonds een uiteenzetting en verschillende vraag/antwoordrondes over de catechismusprediking. Het ging 's middags nog vrij algemeen over preekvoorbereiding en –presentatie (waarbij de predikers uiteraard de verantwoordelijkheid hebben om heel Gods Woord te verkondigen en dat zo duidelijk en praktisch mogelijk), maar 's avonds ging het echt over het houden van catechismuspreken (concreet HC 10 / Psalm 130). Veel aanwezigen kwamen tot de ontdekking – "we zijn bekeerd," zeiden ze zelf – dat de catechismus en haar aanvulling geen dorre dogmatische uiteenzettingen hoeft op te leveren, maar juist uitnodigt tot superpraktische geloofsadviezen aan de gemeente.

 

Terug in Semarang liet ds Juwarisman van de GKJTU van Zuid-Semarang mij het een en ander van deze oude stad zien. Hij had mij eerst vlakbij zijn huis ondergebracht in een hotel uit de Nederlandse tijd maar prachtig gerenoveerd. Op onze stadstoer kwamen we ook bij het Stadium Injil (Evangeliestadion) van de JKI (Jemaat Kristen di Indonesia) Injil Kerajaan (Christelijke gemeente in Indonesia, Evangelie van het Koninkrijk). Het gebouw dat op een grote sporthal lijkt biedt plaats aan 12.000 kerkgangers. De charismatische voorganger is ds Petrus Agung. Er wordt door deze Amerikaans aandoende megakerk veel sociaal werk gedaan, zoals medische zorg en tafeltje-dek-je-maaltijden voor armen, scholing van kleuterschool tot en met VWO en ook lectuurvoorziening en radioprogramma's. En dat allemaal gratis of voor een slechts symbolische vergoeding. Ze zoeken de mensen op in de dorpen tot ver in de omtrek. Veel van die mensen komen naar de kerk van JKI in Semarang. Ze worden daar niet geprest om zich te bekeren, maar wel opgewekt om Jezus in hun hart te ontvangen. In de praktijk laten na een paar jaar velen zich dopen. Een megakerk met veel uitstraling. Indrukwekkend. En toch veranderde mijn positief gestemde impressie langzaam in een gevoel van tegenzin, vooral toen me de slogan van deze JKI werd verteld: Win souls at any cost. Met andere woorden: ze kopen de mensen. Dan kun je vragen: op basis waarvan bekeren zij zich? Over rijstchristenen gesproken. Van samenwerking met andere kerken is geen sprake. Ze willen alles in eigen hand houden. De omliggende kerken worden juist langzaam maar zeker leeggezogen. Net zoals wanneer ergens een enorme supermarkt verrijst: de kleine buurtwinkels in de omgeving gaan failliet.

 

In vergelijking met die megakerk is de GKJTU niet meer dan een kaki lima (een rijdend restaurantje) aan de kant van de weg. Wat daar allemaal gebeurt, het is elke dag weer een pergumulan (worsteling) en het breekt hun nogal eens bij de handen af. Maar ze leven niet in onzekerheid. Ze zijn ervan overtuigd dat God met hen is. Ze prijzen God om zijn gratis verlossing. Dat is hun getuigenis naar de wereld om hen heen. Doe mij daarom maar de GKJTU! Een kerk om blij mee te zijn en een gastvrije relatie mee te hebben.

Zondag in Kupang

30-05-2010 15:22

Vandaag is het zondag. Maar geen 'zalig nietsdoen' voor mij en in alle rust de kerkdiensten bijwonen, want ik ben uitgenodigd om voor te gaan, 's morgens in de eredienst van de GGRM (Gereja-Gereja Reformasi Musyafir, ds Eli Fangidae) in de Galileakerk en 's middags in de kerkdienst van de GGRI (Gereja-Gereja Reformasi di Indonesia, ds Madah Biha) in de wijk Bakunase/Labat. In beide kerken, die al sinds lang min of meer een zusterkerkrelatie met elkaar hebben (niet zonder ups and downs), heb ik al vaker gepreekt.

 

Ik heb in de voorbije dagen al weer heel wat beleefd aan activiteiten. Afgelopen woensdag ben ik in Kupang aangekomen. Donderdag heb ik mijn eerste lessen gegeven aan de STAK (Sekolah Teologi Agama Kristen) waarvan ds Edward Dethan de directeur is. Deze school heeft net een nieuwe campus betrokken in het heuvelland bij Noelbaki/Tilong (met een grandioos uitzicht over de baai waaraan Kupang ligt), een kilometer of 15 oostelijk van Kupang, richting So'e. Het secretariaat van de school is nog wel in Kupang, maar de studenten zitten nu op een veel geschiktere locatie dan in de drukte van de stad. Behalve de lessen die over het hetzelfde onderwerp gaan als in Waingapu – en ook hier stellen de ongeveer 60 studenten veel vragen – zijn er de gesprekken met Pak Edward en zijn collega's, Pak Dominggus die is opgeleid aan de STTJC op Bali en Pak Kris Nguru die destijds veel bij de Knigges over de vloer kwam.

 

Gisteren, zaterdag, heb ik opnieuw lesgegeven op de STAK. Op vrijdag niet, want toen werd er een seminar gehouden in de kerk van de GGRI in Bakunase over Gods voorzienigheid, "In tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar" (Heid. Cat., Z 10). In enkele sessies heb ik aan de ruim 100 aanwezigen – onder wie heel wat studenten van de STAK – uitleg gegeven over Gods verzorging en regering over de schepping in het algemeen en over zijn volk in het bijzonder. Men heeft ook in groepjes een aantal opdrachten besproken. En van de gelegenheid om vragen te stellen werd veel gebruik gemaakt. In de pauzes had ik de kans oude bekenden te spreken, zoals Ibu Ragalawa (haar man was destijds mijn collega-docent aan de STM in Boma, Papua) en Ibu Rihibiha (bij wie we tijdens ons bezoek aan Sabu destijds hebben gelogeerd). En ook trof ik twee dochters Ragalawa die destijds ook op Sabu waren, Ibu Tali en Ibu Mamo, om de gastvrouw de helpende hand te bieden. Pak Windi, voorganger in de GGRI Kupang naast ds Madah Biha, is ook altijd wel in voor een gesprek over een of ander theologisch onderwerp. Al met al een bijzonder geslaagde dag die anderhalf uur langer duurde dan de bedoeling was.

 

Maar vandaag is het zondag. De dienst in de Galileakerk begint om acht uur. Ik zou op tijd worden opgehaald, zodat we vantevoren de liturgie nog konden doornemen, maar de auto van de fam Fangidae rijdt pas tegen achten voor. In de kerk – met uitzicht over de baai, door Pak Isak betiteld als 'het Meer van Galilea' – zit men al te wachten. Tijd om de liturgie nog goed door te nemen is er niet meer. Het moet maar lopen, zoals het loopt. En dat doet het. Ik ga mijn gang en laat het rustig over mij komen, wanneer er ineens voor mij onverwachte dingen gebeuren. De gemeente – een paar honderd mensen – doet enthousiast mee. Twee keer treedt het gemeentekoor op. En naar mijn preek over Hand. 22:17-21 wordt goed geluisterd. Niemand maakt zich druk over de lengte van de dienst, want na de dienst heeft niemand haast om naar huis te gaan. Ik praat nog wat na met verschillende mensen. Dan nodigt Ibu Fangidae me uit om koffie te drinken. Gezellig. We doen dat niet bij haar thuis, maar in Restaurant 'Borneo', vlak bij mijn hotel. Ook de beide voorgangers, Pak Isak en Pak Ed, zijn van de partij. Er is een geweldige keus aan koekjes en snacks. Zo zitten we een uurtje gezellig bij elkaar, 'ngopi ngobrol'. Pak Isak vertelt me over de kerkelijke situatie: de samenwerking tussen de GGRI en GGRM is nu weer goed. Hij hoopt dat dit zo blijft en dat de komende Synode van de GGRI NTT dit ook officieel zal uitspreken.

 

We nemen afscheid met een 'tot ziens'. Het was goed toeven bij deze geloofsgenoten. Ik vind dat op elke reis weer heel indrukwekkend. Er zijn zoveel verschillen in taal, cultuur en huidskleur, maar wat geeft Christus toch een fijne geloofsgemeenschap, wereldwijd.

 

Datzelfde ervaar ik 's middags ook in en rond de kerkdienst van de GGRI in Bakunase/Labat. Collega Madah Biha komt me op tijd ophalen, zodat we nog mooi samen de liturgie kunnen opstellen. Het is opnieuw een mooie eredienst, met daarna gezellig napraten en foto's maken.

 

Later ga ik eten in het hotelrestaurant. Ik ben de enige gast. Met de bediende raak ik aan de praat over christen zijn in het dagelijks leven. Zij is lid van de GMIT, de protestantse kerk van Timor. Maar, zo te horen, is ze bepaald niet randkerkelijk en ook niet vrijzinnig. Ze is betrokken bij het zondagschoolwerk in de gemeente en zingt ook wel mee in het kerkkoor. Veel mensen zijn heel oppervlakkig christen en zijn haast niet te onderscheiden van niet- of andersgelovigen. Dat klopt niet, vindt ze. De mensen moeten aan jou kunnen zien en horen dat je christen bent. Je moet toch een duidelijk getuigenis geven. En zo zegt iemand, die mijn preken vandaag helemaal niet gehoord heeft, toch precies hetzelfde, en probeert dat ook te doen in haar leven. Mooi is dat.

Aanpakken op Sumba

27-05-2010 15:45

Drie dagen moest ik op Bali wachten voor ik kon doorreizen naar Sumba. Dit gedwongen verblijf op Bali heeft ook nog zijn goede kant gehad: zo kreeg ik volop de gelegenheid om de aanval van koorts, verkoudheid en diarree die me overkwam rustig te boven te komen. Toen ik vrijdagmiddag op Sumba aankwam, was ik weer aardig op de been. Fit genoeg om te werken. Ik hoopte in de paar dagen die ik op Sumba had, toch nog veel te kunnen doen. En dat is gelukt ook. Hoewel zich ook op Sumba weer vertragingen voordeden door 'operational reasons'.

 

Met Pak Pila was ik al overeengekomen dat ik me zou concentreren op een van de twee afgesproken onderwerpen, de systematische exegese (volgens het stappenproces in Kitab Suci – untuk Kita!) van een hoofdstuk uit Handelingen (als field testing van de Indonesische vertaling van het boek van C. vd Berg, Proces om de volken, die begin volgend jaar door Bina Kasih zal worden uitgegeven). Het andere onderwerp, enkele lessen dogmatiek over 'de voorzienigheid van God in de Sumbanese context', zou ik laten liggen.

 

Diezelfde avond ben ik van start gegaan. Nog onderweg van het vliegveld naar het hotel in Waingapu belde Pak Pila al op of ik om vier uur kon beginnen. En dat terwijl het, toen hij opbelde, al over drieën was. Dat leek me niet haalbaar. We spraken af dat hij me tegen zessen zou komen ophalen. Maar goed ook, want het duurde haast een uur voor ik in het hotel alles op orde had en me eindelijk kon gaan douchen en wat kon gaan eten. Dat laatste moest trouwens buiten de deur bij Eethuis "Nazareth" of bij "Mr Café".

 

Ik heb lesgegeven op vrijdagavond en daarna van maandag tot woensdag. Ook op maandagavond stond er een sessie op het programma, maar toen ik al zo'n beetje klaar stond om naar school te gaan, kreeg ik een sms'je van Pak Pila: er is vanavond geen electriciteit in de wijk waar de kerk/school staat. Door overbelasting van het net, worden de buitenwijken van Waingapu bij toerbeurt een avond afgesloten. Er wordt dan wel lesgegeven bij Pak Paulus thuis, maar die zat deze avond ook zonder stroom. Dinsdag er dus maar flink hard aan getrokken, 's morgens en 's middags, tot over zessen. En toen gegeten bij Paulus en zijn Australische vrouw Isabel. Ze runnen een compleet internaat van bijna 20 kinderen uit de GGRI in het binnenland. Ze hebben zelf een baby, Ruth, van enkele maanden oud. Woensdagmorgen heb ik de lessen afgerond. Daarna terug naar het hotel en naar het vliegveld om naar Kupang te vertrekken.

 

Het waren een paar hectische dagen, maar ik heb genoten van het lesgeven en ook van de gesprekken tussendoor. De 12 studenten deden actief mee en gaven veel respons. We hebben het hele exegeseproces doorgenomen aan de hand van Handelingen 22, mn de verzen 17-21.  De studs mogen graag discussiëren en hebben daardoor nog wel eens de neiging uit te weiden of zelfs elementen in de tekst in te lezen. Ik heb daarom aandacht gevraagd voor wat in 2 Ptr. 1:20-21 wordt benadrukt: de Schrift uitleggen naar de bedoeling van de Auteur. De betekenis 'uitlezen'. Oppassen dus met bijvoorbeeld te menen dat Paulus' gevangenneming een straf was (eigen schuld), omdat hij naar Jeruzalem was teruggekeerd, terwijl Koning Christus hem daar juist had weggestuurd (20 jaar geleden).

 

Toch was er ook nog wel de nodige ontspanning. Zaterdagmiddag werd ik opgehaald door Pak Makabunang voor een bezoek aan Wai Marangu, waar de opleiding eerst was en waar ik ook regelmatig heb gelogeerd. Omdat de auto niet helemaal in orde was en daarom naar de garage moest, vertrokken we ipv om half één pas om half vijf en kwamen we aan toen het al donker was. Mooi om Kapala en Oi weer te zien. Hun tweede kind – ze hebben er net een derde bij – werd geboren op de ochtend van de dag dat ik uit Wai Marangu vertrok, drie jaar geleden. Ik heb toen nog foto's van de baby gemaakt. Laat ik nu precies op dezelfde datum in Wai Marangu terugkomen: het kind vierde die dag haar derde verjaardag. Geweldig.

 

Zondag hebben we het Pinksterfeest gevierd. Er zaten ongeveer 25 mensen in het kerkje van Wai Marangu. Mehang Paratu ging voor (dat doet hij al sinds jaar en dag; ik weet niet anders). Hij hield een degelijke preek, maar fixeerde zich wel wat teveel, vond ik, op onze natuurlijke onwil om daadwerkelijk tot bekering te komen. Het ging er op de Pinksterdag juist om dat, door de kracht van de Geest, veel mensen dat wel deden. Het oogstfeest van geloof en bekering had best meer aandacht mogen krijgen (en de stemming beheersen). Als er een van aanpakken weet, dan wel de Geest! Dat werkt aanstekelijk.

Vast op Bali

17-05-2010 14:26

Het kan ook niet altijd van een leien dakje gaan. Vorige week in Jakarta liep alles gesmeerd. Maar nu heb ik pech. Toen ik vanmiddag  in Denpasar aankwam, heb ik meteen gecheckt of de vlucht van Merpati morgen naar Waingapu doorgaat. Niet dus. En donderdag al vol. De andere maatschappij die op Sumba vliegt, Batavia Air, heeft op woensdag ook geen ruimte. Ik kan pas vrijdag vertrekken. De zaak omgooien en eerst naar Kupang gaan en vervolgens naar Waingapu is ook geen optie. Dan moeten ze in Kupang ook alles veranderen. Dan er straks in Waingapu maar wat harder aan trekken.
Het was me trouwens een gedoe om een nieuwe ticket te krijgen. Van de internationale terminal moest ik naar die van de binnenlandse vluchten een eind verderop. Bij het loket van Merpati stuurden ze me naar de incheck-counters in de vertrekhal. Dus alle bagage moest door de scan. En toen ging ik van Merpati naar Batavia Air en weer terug. Service van Merpati, ho maar. Ik moest het zelf maar regelen. Eindelijk klaar. Diepe zucht.
Vervelen hoef ik me niet. Ik heb genoeg werk bij me. En ik ga ook maar es even de STTJC bezoeken waar ik vorig jaar een seminar heb gegeven. Een uitstapje naar de rijstterrassen of de vulkaan (deze rookt gelukkig niet) is natuurlijk ook wel aardig. Ik maak er wel wat van. Het is wel weer duidelijk: in dit land moet je klaar staan om te improviseren.

Blij en enthousiast in Jakarta

16-05-2010 11:28


Het is zondag. Ik ben al vier dagen in Jakarta. Veel tijd om van de jetlag te bekomen heb ik niet gekregen. Ik heb in deze paar dagen al zoveel beleefd. Blijmakende maar ook zorgwekkende dingen. Voor het eerst hield ik het pasverschenen boek Membaca Alkitab (J. van  Bruggen, Het lezen van de bijbel) in handen. Weer een LITINDO-boek klaar. En uitgeverij Bina Kasih heeft toegestemd in de uitgave van weer drie nieuwe boeken. Een paar al verschenen boeken zijn in herdruk. En ook is er weer een vertaling van een boek klaar. Bij een presentatie van LITINDO op de STT Moriah in Gading Serpong, Tangerang (West-Jakarta) werden er veel boeken verkocht. Dat zijn stuk voor stuk opstekers. Ze maken je blij en enthousiast om verder te gaan met dit werk. Het LITINDO-project heeft succes. Prachtig dat God via dit project zijn mensen in Indonesia wil toerusten en zijn gemeente opbouwen. Aan hem de eer!
 
Donderdag, op Hemelvaartsdag, vierde SETIA haar 23e verjaardag (11 mei 1987). Dat gebeurde in het Orchardz-hotel in Noord-Jakarta. Tijdens deze viering vond ook de diploma-uitreiking plaats aan de eerste lichting SETIA-studenten die de door 'Nederland' (GZD/DVN/OZD) gesponsorde opleiding tot Master of Divinity met goed gevolg hebben afgerond. De meesten van hen kende ik van de colleges die ik hen destijds mocht geven. Ze liepen allemaal in een nieuwe toga met een stola waarin de kleuren van de Nederlandse vlag zijn verwerkt. Docent Dick Mak die deze opleiding heeft verzorgd, samen met Marianus Waang en Yusup Lifire, mocht hun de bul uitreiken. De alumni zijn allemaal opnieuw uitgezonden naar hun 'werkplaats' all over Indonesia, van Nias tot Merauke. Tegelijk met hen kregen ook bijna 30 studenten, bijn allemaal afkomstig van Papoea, het D3-diploma. Ook een blijmakend gebeuren.
 
SETIA heeft nu al bijna twee jaar geen eigen campus meer. In 2008 zijn ze verdreven van school en internaten in de Kampung Pulo, dichtbij Vliegveld Halim. Vorig jaar heb ik de studenten bezocht op drie verschillende locaties: het tentenkamp in Cibubur (Zuid-Jakarta), de transito barakken in Kali Malang (Oost-Jakarta) en het voormalige stadskantoor in Grogol (Noord-Jakarta). Van de eerste en de laatste locatie zijn ze intussen ook weer verdreven. Gelukkig is er tijdelijk onderdak gevonden in twee gebouwen, allebei in Noord-West-Jakarta, voor de vrouwelijke studenten in Kalideres en voor de mannelijke studenten in Daan Mogot. De laatste locatie heeft nog weer onder druk gestaan. De moslimgroepering FPI wilde dat de studenten het gebouw binnen 12 uur verlieten, maar dat is niet doorgegaan. Laten de voorlieden van FPI die destijds leiding gaven aan de opstand tegen SETIA in Pulo daar in Daan Mogot wonen! Ze gingen naar Pulo om de christenen weg te jagen, met als gevolg dat ze nu bij hen op de stoep zitten! Hoe wonderlijk kan het gaan. Op de twee nieuwe locaties en in Kali Malang gaat het werk door. En ook de M.Div-opleiding die plaatsvindt in Kota Wisata (Zuid-Jakarta) gaat ongestoord verder.
 
Er zijn echter bij SETIA ook interne problemen: frictie tussen de leiding en het stichtingsbestuur en tussen de leiding en de staf/docenten. Onlangs heeft een behoorlijk aantal docenten die SETIA al jarenlang trouw hebben gediend, zich teruggetrokken uit onvrede over hoe zij behandeld worden. De salarissen zijn al maandenlang niet uitbetaald, maar dat is niet het belangrijkste. Punt is dat zij geen vertrouwen en verantwoordelijkheid krijgen, maar vaak als kinderen zo niet slaven behandeld worden. Hun vertrek heeft de leiding aan het denken gezet. Hopelijk kan ik als bemiddelaar - dat verzoek kreeg ik van de leiding - bijdragen aan een herstel van de vrede en de rust.
 
Vanmorgen heb ik op uitnodiging van SETIA gepreekt op de locatie Kalideres. Die preek ging over wat de apostelen deden in de tien dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren (Lucas 24:50-53 en Handelingen 1:12-14). Ze zaten niet bij de pakken neer, waren niet verdrietig om Jezus' vertrek, maar ze waren blij en enthousiast, klaar om met de uitvoering van hun opdracht te beginnen. Terwijl ze ook al wisten dat dat niet gemakkelijk zijn zijn. Ze popelden van verlangen om aan de slag te gaan, in wat voor omstandigheden ook. Van die houding kan ieder gelovige veel leren: Wees blij, wees enthousiast, wees actief. Om dat te kunnen zijn, ook in de moeilijkste omstandigheden: blijf bidden. Houd contact met God. En vergeet niet: Koning Christus is met ons. Door de Geest.
 
Blij en enthousiast: als alles goed gaat, maar ook als het tegenzit.


(De foto is gemaakt door Corien Oranje: Namens de GZD mocht ik de verjaardagstaart mee aansnijden en daarbij een gebed uitspreken. Moge de Heer SETIA een gezegend nieuw jaar geven en uitkomst op verschillende vlakken.)

Werkreis 2010

26-04-2010 14:55

Opnieuw op werkreis voor LITINDO: 10 mei – 22 juni 2010

Ook dit jaar ga ik weer voor LITINDO op werkreis naar Indonesia, en wel – als God wil – van 10 mei tot 22 juni. De eerste en de laatste week verblijf ik in Jakarta voor tal van werkzaamheden:
overleg met de uitgevers. Bij ‘Bina Kasih’ (YKBK) liggen twee manuscripten die moeten worden uitgegeven. Het ene is een door ds Gerrit Riemer verzorgde vertaling van Roep Mij aan! (een boekje over het gebed) en het andere een beknopte bijbelverklaring op het boek Handelingen, Proces om de volken, waarvan ik de vertaling heb klaargemaakt. Ik ga er nog een derde manuscript inleveren, het boekje Gereformeerde Kanoniek, geschreven door ds Daan Zandbergen. Ook bij de uitgeverij ‘Gunung Mulia’ (BPK) liggen twee uit te geven boeken, een boek van ds Jaap Groen over belijdenissen en het Candlestand Statement, een uitgave van IRTT/DVN. Er staan dus weer vijf nieuwe boeken op stapel. En er is begin dit jaar ook al een boek verschenen, nl Het lezen van de bijbel van dr Jakob van Bruggen. Ook daarvan heb ik de vertaling verzorgd.
overleg met vertalers. Vorig jaar is LITINDO’s vertaalster, mw Amsy Susilaradeya, overleden. Zij heeft veel boeken voor LITINDO vertaald. Daarnaast zijn Mariam, de vrouw van Marianus Waang, en Warni, de vrouw van Yusup Lifire (die in Kampen NL de opleiding tot M.Th. hebben gevolgd) aan het vertalen. Warni vertaalt een dagboekje voor kinderen. Mariam is met verschillende projecten bezig, nl met de vertaling van Adrian Verbree, Over dopen, en met de omwerking van enkele scripties.
overleg met Marianus Waang. LITINDO is bezig met de uitgave van een boek over ‘gereformeerde geloofsleer in de Indonesische context’. Marianus Waang heeft de taak om dit boek in de Indonesische cultuur te plaatsen. Dat is een hele klus en bepaald niet gemakkelijk. Het is belangrijk om daarover goed door te praten.
bezoek aan SETIA. Natuurlijk hoop ik ook SETIA te bezoeken op de twee tijdelijke locaties waar ze momenteel verblijven. Daar zal ik dan ook wel weer heel wat bekenden ontmoeten, o.a. de familie Dick en Corien Mak.
presentatie van LITINDO. Ik heb een uitnodiging van de Theologische Hogeschool ‘Moria’ om daar op Hemelvaartsdag te komen en LITINDO te presenteren na de kerkdienst op de campus. Er gaat een set van alle boeken mee.

Op 17 mei reis ik door naar Bali en op 18 mei naar Sumba voor het geven van lessen exegese en/of geloofsleer op de Theologische Hogeschool van onze zusterkerken daar. De exegese zal gaan over het pasverschenen boek Het lezen van de bijbel, met daarbij voorbeelden uit het vertaalde boek over Handelingen. En de lessen geloofsleer zullen gaan over schepping en voorzienigheid, mn over engelen en boze geesten. Van Sumba gaat de reis verder naar de stad Kupang. Ik hoop twee seminars te geven bij onze zusterkerken daar. En als het lukt, maak ik vanuit Kupang nog een uitstapje van een paar dagen naar het eiland Alor, de geboorteplaats van Marianus, Mariam en Yusup. Ook daar staan een seminar gepland en een presentatie van LITINDO. Al die lessen en seminars staan in het teken van field testing, het uitproberen van hier geschreven of vertaald lesmateriaal in de praktijk. Als het aanslaat, kan het worden uitgegeven. En anders moet er nog weer aan gewerkt worden.

Op de terugweg naar Jakarta maak ik een stop van enkele dagen in Salatiga (Midden-Java) voor een bezoek aan de Christelijke Kerk van Java. Deze kerk heeft net als onze kerk de Heidelbergse Catechismus als belijdenisgeschrift. Onlangs heeft men een aanvulling op de Catechismus gemaakt en op de synode aangenomen waarin – in vraag/antwoord-vorm – wordt ingegaan op de Javaanse cultuur. Dat is niet alleen interessant, maar ook heel leerzaam, bijvoorbeeld voor het boek over geloofsleer waarmee LITINDO bezig is.

Ik eindig weer in Jakarta voor vervolgoverleg, of om te doen wat op de heenreis niet gelukt is. Het is de bedoeling dat ook Anita Helder van de Voorlichtingscommissie van de GZD die week in Jakarta is om de sfeer te proeven van het LITINDO- en SETIA-werk. Zij gaat SETIA bezoeken en de families Waang en Lifire. En ze gaat vast ook met mij mee naar de verschillende uitgevers.

Zes weken is een hele periode, maar de tijd vliegt altijd om. Maar zo’n reis geeft wel altijd een dubbel gevoel, want Atsje en Jos (en ook Wemke en Reinder) blijven hier. We hopen en bidden dat, onder Gods bescherming, hier én daar alles goed mag gaan.

HV / Paheng
www.litindo.org.

Blog Marianus Waang

20-07-2009 18:53

Ook Marianus vertelt uitgebreid - en spannend! - over onze reis naar Papua. Lees zijn verhaal op de website van LITINDO: www.litindo.org. Kijk onder SETIA, Weblog. Op dezelfde site - maar dan onder LITINDO, Weblog - staan ook mijn blogs.

Dominggus van Fifiro

16-07-2009 10:49


Dominggus, afkomstig van Alor, is een alumnus van SETIA. Ik heb hem destijds in de klas gehad. Hij was niet echt een intellectuele hoogvlieger, maar wel een trouwe, gewetensvolle jongen die de zaken goed door had en praktisch kon vormgeven. Eerst ging hij naar Kalimantan Barat. Later werd hij naar Papua gestuurd. En daar wil hij, als het aan hem ligt, blijven. Hij heeft zijn hart aan de Papua's verpand en doet er alles aan om hen hogerop te krijgen. Sinds enkele jaren werkt hij in Fifiro, een Kombaidorp aan de Mangguno, een eind boven Uni. Daar runt hij, met enkele anders SETIA-mensen, de basisschool. Hij doet ook evangelistenwerk, want hij zoekt de mensen op in hun boomhuizen in het bos en vertelt hun over de Here Jezus.
 
We troffen hem in Tanah Merah. Hij was daar ivm het schoolwerk in Fifiro. Hij wachtte op de uitslag van de schoolresultaten en wilde dan zo gauw mogelijk weer terug. Zolang wij in Tanah Merah waren, was Dominggus er om te praten. Hij wilde checken of hij het goed aanpakte en onze mening vragen over wat hij aan het doen was. Meer dan de anderen verdiepte hij zich in het leven van de Kombai mensen. Juist omdat hijzelf een rustige, kalme vent is - overigens weet hij van aanpakken en doorpakken - heeft hij er kennelijk weinig moeite mee om zich aan te passen aan het tempo van de mensen van Fifiro. Anderen lachen wel es een beetje om Dominggus, maar laat hem maar schuiven.
 
Ik heb hem mijn boek Hidup Baru. Orang Kristen dalam Konteks Kebudayaan Setempat (Nieuw leven. De christen in zijn plaatselijke culturele context) gegeven. Daarin behandel ik als casus het sagorupsenfeest van de Kombai. Dit feest is de eredienst van de Kombai voor Refafu om hem te danken en om van hem vruchtbaarheid te vragen. Hij krijgt ook mijn Kitab Suci - untuk Kita! (De Heilige Schrift - voor ons!) over het lezen en verklaren van de bijbel. Met name het eerste boek heb ik hem aangeraden om de achtergronden van zijn mensen in Fifiro beter te leren begrijpen. Hij zou het meteen gaan lezen, zei hij bij het afscheid.
 
Intussen ben ik alweer bijna een week terug in Jakarta. Op zeker moment ging het mobieltje. Dominggus aan de telefoon. Hij vertelt: "Ik heb uw boek gelezen, Paheng. En nu wil ik hier altijd blijven werken." Ontroerend. Was ieder zoals Dominggus, Gods bereidwillige dienaar in Fifiro. Moge God hem zegenen in zijn werk daar.

Wie zorgt er nu eigenlijk voor je? God, Refafu, of ... Mammon?

16-07-2009 10:56


Zoals gezegd, Marianus en ik waren voor LITINDO op Papua om op verschillende plaatsen het onderwerp 'Gods voorzienigheid tegenover de stamgodsdienst' te bespreken. LITINDO werkt aan een boek over de leer van de bijbel (dogmatiek), met als kenmerken 'gereformeerd' en 'contextueel'. De bijbelse geloofsleer wordt niet alleen maar uitgelegd maar ook toegepast op de Indonesische setting. Ikzelf schrijf het hoofdstuk over schepping en voorzienigheid. En Marianus is door LITINDO ingehuurd om de indonesianisering vorm te geven en te coordineren. Bij aankomst op Papua hadden we wat twijfels of onze plannen wel gerealiseerd zouden kunnen worden. Er bleek maar weinig voorbereid te zijn. In Kouh kwam onze komst zelfs als een volslagen verrassing. Maar uiteindelijk hebben we veel meer kunnen doen dan we verwacht hadden. En ook met positieve resultaten. Daarbij speelden ook de prettige omgang en samenwerking met Marianus een belangrijke rol.
 
In de stadsomgeving van Sentani/Waena en Merauke rezen wat vragen over het nut van het ingaan op allerlei stamgebruiken als bezwering en toverij. Al die oude tradities waren toch bezig te verdwijnen. Je zou veel beter kunnen ingaan op de toenemende modernisering en verwereldlijking. Het kostte ons weinig moeite om aan te tonen dat de oude stamcultuur nog wel degelijk een grote rol speelt, ook bij verstadste mensen. Ook dan nog wordt er betaling geeist bij sterfgevallen, al zoekt men misschien niet meer zo naar een schuldige. En angst voor magie en toverij komt zelfs tot in de hoogste kringen in Jakarta nog voor. Er is geen enkele reden om het ingaan op oude stamgebruiken maar na te laten, omdat die er niet meer toe doen. Maar uiteraard, er moet ook aandacht worden gegeven aan de explosieve modernisering van Indonesia. Je ziet in Wamena Papuamannen lopen in peniskoker en met een mobieltje aan het oor. En van sms'en en internetten weten ze ook alles af.
 
In de dorpssfeer kwamen wel meteen allerlei stamzaken naar voren die nog altijd geldig zijn, of (lichtelijk) aangepast aan de christelijke vernieuwing. Bij het zoeken naar de dader van een sterfgeval gebruikt men nu gebed. Of voor een bepaald ritueel wordt nu een witte kip gebruikt, maar verder is alles nog bij het oude. Mensen denken bij ziekte en tegenslag nog altijd meteen aan straf van God of aan de boze opzet van een ander. In Boma kwam Kuboho nog langs: hij leeft nog helemaal in de mythe van Refafu die alles gemaakt heeft en hun grote rijkdom heeft gegeven. Die is door de communisten, de blanken en de Indonesiers weggehaald. Maar uiteindelijk zullen de Papua's alles terugkrijgen. De angst voor de slapende stamgod Refafu mag dan wat op de achtergrond geraakt zijn (de meesten geloven niet meer in hem), de eruit voortvloeiende traditionele leefstijl is nog sterk. We hebben er langdurig met de cursisten over gepraat. Ze zijn allemaal dominee, evangelist of ouderling. Prediking en pastoraat zijn de middelen om de mensen duidelijk te maken hoe het zit met Gods almacht en Zijn regering. Wanneer je met geloofsogen leert kijken, dan raak je je verkeerde beelden kwijt en leer je God kennen als een lieve, zorgvolle Vader die je nooit in de steek laat. Refafu was een kwaaie, boze afgod die met rust gelaten wilde worden. Die meteen wraak nam, als men tegen zijn wil inging. De levende God kan ook kwaad zijn. Zeker. Maar hij redt door het bloed van zijn Zoon.
 
We hebben overal waar we het onderwerp aan de orde stelden prachtige getuigenissen gehoord van de mensen. We hebben eenvoudige ouderlingen ontmoet, die over een geweldige bijbelkennis beschikken. We hebben SETIA-mensen over de vloer gehad die het maandenlang volhouden op eenzame posten. Natuurlijk, er is onder de christenen nog veel syncretisme en halfheid, veel on- en bijgeloof. Maar we hebben duidelijke bewijzen gezien van Gods zorg en van geloofsvertrouwen bij de mensen.
 
Aan de andere kant, de GGRI staan op een tweesprong. Ze staan niet alleen voor de keus tussen God en Refafu. In feite hebben de meesten die keus al gemaakt: voor God en tegen Refafu (al zit er nog wel veel oud denken in hun manier van geloven, ook in de stad). Ze staan ook voor de keus tussen God en Mammon. Vanuit hun verleden staan de Papua's erg open juist voor materiele vooruitgang. Dat hoeft niet verkeerd te zijn. In ieder geval betekent het niet dat ze meteen als materialisten moeten worden getypeerd. Het zijn vooral godsdienstige, messianistische motieven (cargo cult) die hun drijven. Er wordt door de overheid veel geld gegeven voor de maatschappelijke en ook kerkelijke ontwikkeling. Helaas wordt veel van dit geld misbruikt en verrijken sommigen zich er prive mee (in Kouh heeft een van de gemeenteleiders tientallen miljoenen Rupiahs verdonkeremaand). Binnen de GGRI is tweespalt over een project van een gemeentelid dat zich profileert als het hoofd van de GGRI. Hij runt een stichting voor materiele hulpverlening, maar het is allemaal nogal dubieus. Mensen die protesteren en het geloof in God als nummer één willen vasthouden, worden bedreigd en aan de kant gezet. We hebben geprobeerd ook in dezen te laten zien dat het hele leven valt onder Gods zorg. Geloof is het eerste. Gehoorzaamheid aan zijn woord en daaruit voortkomend eerlijk en oprecht gedrag is belangrijker dan op alle mogelijke manieren proberen een graantje mee te pikken. 
 
De belijdenis van Gods voorzienigheid - denk aan Heidelbergse Catechismus, Zondag 10 - vraagt om een duidelijke geloofskeus. Dat eerst. Vervolgens vereist deze belijdenis wilskracht, ambitie, positief denken, eerlijk en oprecht handelen. Ik vond de Papua's mn in Kouh erg gelaten. Ik raakte er wat gedeprimeerd van. In Tanah Merah en in Boma was de situatie gelukkig heel anders, veel positiever. Zou het schorten aan kennis over God en Zijn Zoon, aan vertrouwen op Hem? Eerste prioriteit voor de GGRI op Papua is in ieder geval wel de opleiding van jonge, geestelijke leiders. En eerlijk is eerlijk, daarin geven de tientallen SETIA-mensen die in de regio Boven-Digoel als onderwijzer dienen het goede voorbeeld. Zij willen graag de GGRI helpen. Een goede samenwerking (waarin duidelijke afspraken worden gemaakt en wederzijds vertrouwen wordt uitgesproken) kan de mensen tot nieuw leven brengen: Inderdaad, God doet grote dingen, daar op Papua. Hij is er zelf bij. Met zijn zorg en zijn regering.


Op de foto de intussen grijze Hendrik Besagi te Boma, met een lange staat van trouwe dienst als evangelist en ouderling.

Vogeltjeseten

14-07-2009 13:28

Mijn vader verpoft het tot op vandaag om mais te eten. Dat noemt hij laatdunkend vogeltjeseten. De mensen van Alor zijn bepaald geen vogels. Maar mais is wel hun hoofdvoedsel. En ze kunnen het bijzonder lekker klaarmaken. Dat heb ik vandaag ondervonden. Maar, eerlijk is eerlijk, het was echt vogeltjeseten.
 
Al voor ik naar Papua vertrok, had Safira mij beloofd: "Als u terugkomt ga ik voor u koken." Safira is de vrouw van Aprianus. Ze wonen sinds kort pal naast Marianus en Mariam. Ze zijn allemaal afkomstig van het eiland Alor in Oost-Indonesia (provincie NTT, ten noorden van Timor). Ook Aprianus en Safira ken ik goed. Van de campus en van hun kerkenwerk in Seriti (Toraja, Celebes). Intussen werken ze al een paar jaar op de campus in Jakarta. Aprianus is docent en volgt de M.Div-opleiding en Safira is docente op de opleiding verpleegkunde van SETIA.
 
"Ik ga kapurun voor u maken," zei ze toen. "Kapurun," vroeg ik, "maar dat is toch een Toraja-gerecht? En jij komt van Alor." "Ja, maar dat is lekker, hoor." "Dat kan best zijn, maar ik wil van jou geen vreemd eten. Als ik bij jullie kom eten, eten we Alorees." "Dan krijgt u mais te eten, hoor." "Nou, wat zou dat? Dat lust ik graag." "OK, dan kook ik een Alor-gerecht." Aldus afgesproken.
 
En nu ben ik terug in Jakarta. Zaterdagmiddag zie ik Safira op de ceremoniele diploma-uitreiking van SETIA. Ze komt meteen op mij af. Van een afstandje vragen haar ogen al: "Wanneer zal het zijn?" We steken even de koppen bij elkaar en spreken af: dinsdagmiddag.
 
Om een uur of twaalf rijden we - ik gebruik de auto met chauffeur van Wisma PGI - het wooncomplex ASABRI op, helemaal in Zuid-Oost-Jakarta / Bekasi. De naam zegt dat het oorspronkelijk voor militairen bestemd was, maar het is blijkbaar algemeen toegankelijk. De huizen waar de beide gezinnen wonen zien er goed en nog nieuw uit. Ze wonen hier graag, want het is rustig. Geen lawaai van verkeer en machines. En voor de kinderen ook goed. Het eten staat al klaar. Behalve het maisgerecht is er rijst en kangkung (een soort spinazie) en gegrillde vis. Safira heeft haar beste beentje voorgezet. Ze deed destijds wat minderwaardig over het eten van mais, maar het smaakt echt heerlijk. Behalve mais zitten er boontjes, pinda's, tomaatjes en een soort groente in. Ik schep het eerst op als groente bij de rijst, maar dat is niet de bedoeling. Je hoort de mais afzonderlijk te eten. Echt lekker. Als het zo hoofdvoedsel is, dan doet het echt niet onder voor rijst of sago.
 
Dan komt het verhaal van de mais. Aprianus en Safira hebben heel wat moeten rondrijden om aan mais te komen. In Jakarta kent men het blijkbaar niet zo. Op Papua stikken ze erin. Vorige week in Wamena hebben we ons nog tegoed gedaan aan maiskolven. Maar alzo niet in Jakarta. Uiteindelijk hebben ze het kunnen kopen op ... de vogeltjesmarkt. We hebben dus inderdaad vogelvoer zitten eten. Maar wat maakt het uit? Mais is mais. Het was lekker. En we hadden het samen heel gezellig. Dat laatste is het belangrijkste. Fijn trouwens dat deze gezinnen buren van elkaar zijn. Ze hebben veel aan elkaar. Dat is ook goed voor SETIA.

Met geloofsogen scheuren over de Digoel

12-07-2009 12:00


Tijdens een van de miniseminars op Papua maakte een van de aanwezigen de rake opmerking dat je als christen altijd moet kijken met geloofsogen. Dat bewaart je voor blindheid, bijziendheid, kortzichtigheid. Met geloofsogen zie je de werkelijkheid zoals die door God is gemaakt en door Hem wordt verzorgd en beschermd. Het zorgt ervoor dat je dag en nacht bewust leeft als kind van God, dat je je veilig weet en geen zorgen maakt, wat er ook gebeurt.
 
Als christen weet je dit natuurlijk allemaal wel. Alleen, je denkt er vaak niet zo over na. En je leeft er ook niet altijd naar. Ja, wel als je iets ernstigs overkomt: een ongeluk, een ziekte, een sterfgeval. Maar in het alledaagse leven van 's morgens opstaan, ontbijten, naar school of je werk rijden enzovoort? Dan is alles zo vanzelfsprekend, zo voor de hand liggend. Daarom is het goed om weer even met de neus op de feiten te worden gedrukt: je leven ligt in Gods hand.
 
Ik kreeg de kans om dat kijken met geloofsogen weer even flink te oefenen, tijdens een nachtelijke tocht van Kouh naar Tanah Merah over de snelstromende rivier de Digoel. Bij aankomst in Kouh met het watervliegtuig van de MAF, vroeg piloot Tom ons om voor de vervolgvlucht naar Boma naar Tanah Merah te komen. Nou ja, als hij dat wilde, vooruit dan maar. Dat gaf ons meteen de mogelijkheid om ook daar mensen van GGRI en SETIA te ontmoeten en ook daar ons LITINDO-onderwerp te bespreken. Het zou ook niet moeilijk zijn om vervoer te vinden, waar er gingen dagelijks boten heen en terug naar Tanah Merah. Intussen bekroop me alvast wel een gevoel van angst. Vroeger droeg ik tijdens vaartochten altijd een zwemvest, omdat ik - zacht uitgedrukt - nogal last van watervrees heb. Ik had nu geen zwemvest bij me. Nou ja, het gaat vast wel goed, stelde ik mezelf gerust.
 
De schrik sloeg me helemaal om het hart toen onze gastheer, Pak Theo, vrijdagmiddag om een uur of vijf kwam melden dat er zo een speed zou vertrekken naar Tanah Merah en dat wij maar mee moesten gaan, omdat hij niet wist of er zaterdag ook een boot zou varen. Dat werd dus varen bij avond, in het donker, zonder goed zicht op de bochtige banjirrende rivier waaruit overal vastgelopen boomstronken omhoogstaken. Maar wat moest ik? Mijn metgezel Marianus baalde er wel van dat we in het donker niets konden zien van de omgeving, maar hij had er best zin in. We pakten onze spullen bij elkaar. Geld en documenten deed ik bij elkaar in een plastic zakje, dat ik om mijn nek hing. Ik kreeg nog een dik jack mee van gastvrouw Elisabet. En daar gingen we naar de steiger.

Tegen zessen vertrokken we. In het schemerdonker. Behalve ons tweeen waren er de stuurman, een bootsjongen en nog een passagier. De bagage lag onder een dekzeil voorin de smalle boot, wij zaten achterin op de houten bodem, met een zeil over ons heen. De driver stond achterin bij de 40pk aanhangmotor. Hij gaf meteen vol gas. Met kloppend hart ging ik de tocht aan: als dit maar goed afloopt. Bij nacht en ontij scheuren over de Digoel: laat mijn moeder dit niet horen. Die is al doodsbang als ik vlieg. Dat doet mij nu juist helemaal niets. Varen dat is pas erg.
 
We maakten de grote bocht rond Kouh en kwamen voorbij Katawage. Vlakbij de kali Kleit, die ik in het verleden eens ben opgevaren tot vlakbij Desa Maju (toen was het licht en ging het langzaam ... en ik had een zwemvest aan), stopte de driver middenop de rivier. Wat is er? "Ik moet nu eerst plassen." Dat deed hij van achteruit de boot. Goed voorbeeld doet goed volgen. Daarna ging het weer verder, nu met een breed en ver stralende zaklamp als hulpmiddel. We maakten de ene na de andere ronding. Boven ons scheen de maansikkel en werden miljoenen sterren zichtbaar. Aan weerskanten van de boot tekenden zich de donkere contouren van het oerwoud af. Ik begon met andere ogen te kijken. Dit is toch wel heel mooi, bedacht ik. Ik dacht niet meer zo erg aan mogelijke boomstammen waarop we te pletter zouden kunnen slaan, maar ik keek omhoog en kwam onder de indruk van al dat moois om ons heen. Mijn angst kwam nog wel even terug. Het werd mistig. De driver trok zich er niets van aan. We bleven scheuren over de Digoel. Hij kende de rivier op zijn duimpje, had hij gezegd. Even later was het weer helde. We waren al voorbij Mariang en ook voorbij Tanah Tinggi toen hij opeens weer vaart minderde en stopte. "Nu eerst eten," klonk het achteruit de boot. "Ik heb sinds vanmorgen al niets meer gehad." Terwijl hij genoot van zijn avondhap, dobberden we rustig voort op de stroom. We gleden voorbij een tuin waar licht schemerde. Daar waren mensen. Ze hadden in hun bivak een vuurtje aan. We hoorden roepen en schreeuwden terug. Boven ons zagen we de sterren. En vanuit het bos klonken allerlei geluiden. Zo nu en dan sprong er een vis even uit het water op. Wauw, dit was kostelijk. Genieten.
 
"Nog ruim een halfuur," zei de stuur en startte de buitenboord. Daar gingen we weer. De maan was bijna onder. Nu eens zagen we hem rechts, dan weer links en soms was hij achter ons. Op Papua ga je alle kanten op om je bestemming te bereiken. Toen hij op een gegeven vaart minderde in een scherpe bocht waar hout uit de rivier opstak, hoorden we gedreun. "Dat is Tanah Merah al," zei de driver. Nog twee lange bochten, dan zijn we er. En ja, om even over half negen kwamen de lichten van Tanah Merah in zicht. We legden aan bij de pasar (markt) en werden door vriendelijke handen uit de boot geholpen. Niet lang daarna werden we naar ons onderkomen 'Caritas' gebracht. Het was een avontuurlijke tocht. Maar uiteindelijk was het wel genieten. Ik heb er geen enge dromen aan overgehouden. Vast omdat ik tijdens de tocht met geloofsogen ben gaan kijken. Dat maakte mij rustig. Maar of ik een volgende keer zou popelen om weer zo'n nachtelijke boottocht te maken? Dan toch maar liever overdag. En met een zwemvest aan. Want dat kijken met geloofsogen betekent niet dat je je ogen sluit en alles maar over je laat komen. Kijken, dat doe je welbewust.


PS Foto: SETIA-mensen gaan met hun longboat terug naar Firiwage.

Werk volgens planning

11-07-2009 06:18



Dankbaar constateer ik dat het programma van deze LITINDO-reis tot nu toe precies volgens schema kon worden uitgevoerd. De eerste weken in Jakarta en op Bali verliepen al zoals gepland (zie eerdere blogs). Maar ook het hoofddoel van de reis werd gerealiseerd en zelfs meer dan dat: een serie miniseminars voor kerkleiders van de GGRI op Papua (GGRI-P) over het onderwerp 'Gods voorzienigheid tegenover de stamgodsdienst'. Miniseminar was soms wel een wat te groot woord, maar wat mij betreft valt elk serieus gesprek over het seminar-onderwerp er ook onder. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om - net als in vroegere jaren - een (groot) seminar van een dag of tien te organiseren voor alle predikanten en evangelisten van de GGRI-P, in nauwe samenwerking met IRTT. Toen dat om bepaalde redenen niet mogelijk bleek, wijzigde ik mijn plannen. Ik kon mijn doel, het uittesten van al geschreven lesmateriaal en het verzamelen van adatmateriaal, wellicht ook bereiken door op verschillende plaatsen miniseminars te geven van één of twee dagen, of anders door alleen een gesprek erover. Toen ik op Papua aankwam, twijfelde ik er even aan of er ook van díe plannen wel iets terecht zou komen. Er bleek weinig tot niets voorbereid te zijn. De een was ziek en de ander wist van niets. Maar ik werd beschaamd. In ruim drie weken werd op vijf plaatsen een bijeenkomst gehouden - hier van enkele uren, daar van een paar dagen - waarop het onderwerp besproken werd, namelijk bij de GGRI-P in Waena/Sentani (aan de Noordkust), Merauke (aan de Zuidkust), Kouh, Tanah Merah en Boma. En meer dan dat! In Tanah Merah ging 'toevallig' (!) de preek van ds Ignatius Amotey over 'ons' onderwerp. En ook met SETIA-mensen in Koya Timur (Noordkust), Merauke en Tanah Merah werd het onderwerp besproken.
 
Deze keer hoefde ik de klus niet in mijn eentje te klaren. Mijn Indonesische collega Marianus Waang was mijn maatje. Hij is door LITINDO ingeschakeld bij de realisering van het dogmatiekproject: een boek waarin de leer van de bijbel wordt uitgelegd, gericht op de Indonesische context. Om het wat moeilijker te zeggen: een gereformeerde contextuele dogmatiek. Het is vooral Marianus' taak om te zorgen voor de indonesianisering van het geheel. Hij is daarvan de coordinator. Het was voor hem de eerste keer dat hij op Papua kwam en kennismaakte met de GGRI-P. Ik kan zeggen dat we samen een hecht koppel vormden. We hebben alles samen gedaan. Ik heb van zijn aanwezigheid en kameraadschap genoten en ik heb diepe waardering gekregen voor zijn kennis, zijn inzicht, zijn wijsheid en vooral zijn rustige en geduldige manier van omgaan met de mensen. Hij weet de mensen te overtuigen. Natuurlijk gingen de gesprekken niet alleen over het seminar-onderwerp, maar ook over de kerkelijke situatie van de GGRI-P en over de verhouding cq samenwerking tussen de GGRI-P en SETIA. Op persoonlijke titel - dat hebben we goed duidelijk gemaakt - hebben we desgevraagd onze mening geuit en advies gegeven.
 
Ons programma kon volgens plan worden uitgevoerd. We waren gezond. Het weer was goed voor de vluchten in het binnenland. De MAF heeft aan onze verzoeken kunnen voldoen. Wie met geloofsogen kijkt, ziet in al deze dingen de hand van God. Door zijn voorzienigheid kon het allemaal gebeuren. Hij zorgt ook voor de GGRI-P. Voor SETIA. En voor Papua. Die zorg hebben ze hard nodig. 
 
In volgende blogs hoop ik een terugblik te geven op ons werk voor LITINDO tijdens ons verblijf op Papua.

Wisseling van werelden

10-07-2009 12:31

Wekenlang zijn we onbereikbaar geweest. Van Sentani/Jayapura, waar internetten nog mogelijk was, zijn we naar Merauke gereisd. Daar lukte het met pijn en moeite om on line te komen, maar het ging zo traag en de verbinding werd zovaak verbroken dat we het maar hebben opgegeven. In het binnenland van Zuid-Papua, in de regio Boven-Digoel, was helemaal geen signaal (behalve in Tanah Merah). Daar waren we voor contact met de buitenwereld nog als vroeger aangewezen op de kortegolfzender. Toen we eergisteren uit de jungle van het Zuiden in Wamena, het centrum van de Baliemvallei, aankwamen, hadden we weer bereik. En nu in Sentani kunnen we ook weer internetten, zij het langzaam. Morgen vertrekken we naar Surabaya en overmorgen naar Jakarta. Daar zal internetten geen probleem meer zijn.

Maar wat een wereld van verschil tussen nu en de periode dat ik op Papua werkzaam was (1981-1992). Wanneer we toen een brief verstuurden, wisten we dat we ongeveer twee maanden moesten wachten op antwoord. Nu is er binnen een paar dagen, of zelfs binnen een paar minuten reactie. Als je aan die snelweg van communicatie eenmaal gewend bent, heeft het verleden afgedaan. Hetzelfde geldt voor het reizen tussen de dorpen. Vroeger deed je met de prauw een dag over de tocht van Boma naar Uni. Lopend bij lage waterstanden) kon je het in een uur of vijf doen. Nu kun je er per truck of motor in ruim een uur naar toe rijden. Loop je over de pas aangelegde weg, dan doe je er twee en een half uur over. Nog altijd de helft van vroeger. Maar dat wil toch niemand meer?

Het binnenland van Zuid-Papua wisselt in korte tijd van wereld. Dat was al het geval door de komst van zending en overheid. Maar dat raakt in een complete stroomversnelling door de verbetering van de infrastructuur. De mensen van de Jair, Awyu en Kombaistammen hebben een nieuwe wereld betreden. Die wisseling van werelden vindt ook op het water plaats. Er varen dagelijks boten tussen Tanah Merah en Kouh, Kawagit, Manggelum en verder. Houten boten, longboats en speeds, je kunt iedere dag wel een boot nemen. Geen wonder dan ook dat er in Tanah Merah hele wijken verrijzen van 'orang Kouh', 'orang Kawagit' enz. Vanuit Tanah Merah kun je dan weer verder per boot of per vliegtuig.

De gesloten wereld van de jungle gaat langzaam maar zeker open. Voor de bevolking heel plezierig, al blijven ze wel - letterlijk - aan het eind van de wereld zitten. Door de grote afstanden is alles er heel duur. Juist de mensen die het het minst kunnen betalen, moeten het meest betalen. Een liter benzine kost aan de kust Rp. 4800, in Kouh Rp. 15.000 en in Wamena (waar alles moet worden ingevlogen) zelfs Rp. 25.000. Boeken kosten er twee keer zoveel als in Jakarta. En kranten zelfs 3 tot 4 keer zoveel. Het zijn er bijna Nederlandse prijzen.

De verbetering van de infrastructuur heeft ook negatieve gevolgen. Er komt ook van alles binnen, mn veel handelaars en winkeliers die de begeerte van de mensen naar allerlei veel te dure artikelen weten op te wekken, zodat ze hun verdiende geld meteen weer kwijt zijn. Dat is zuur. Maar wat doe je eraan?

Op nog een andere manier hebben wij de wisseling van werelden meegemaakt. Het maakt groot verschil of je vanuit Nederland via Jakarta en Jayapura in de jungle van Papua aankomt, of andersom. Bij aankomst in Sentani vanuit Jakarta vonden we de luchthaven een rommeltje. Nu we vanuit Wamena in Sentani aankwamen, was het ineens een keurig vliegveld. En wat een verschil tussen de Papua's in de sagomoerassen, in de bergen en in de stad. Zodra je vanuit het laagland de bergen invliegt verandert alles. Eerst vlieg je over de vanzelf groeiende sagopalmen, dan over de talloze aardappelakkers van de bergbewoners. En in de stad is alles en iedereen op de winkels aangewezen. Als dat jou als westerling al aan het duizelen brengt, wat moeten de Papua's dan al niet ervaren. Een totale culture shock. Ze betreden letterlijk een nieuwe wereld. Maar helaas, het is niet dé nieuwe wereld.

Fanfare en tandengeknars in Merauke

10-07-2009 17:15

We zitten in het klooster van de MSC, de missionarissen van het heilig
hart. Vanmorgen om zes uur waren we bij de luchthaven in Sentani. Het
was als altijd een dringen om binnen te komen. Daar ging het inchecken
voor de vlucht naar Merauke vlot. We hoefden zelfs voor het
overgewicht - een pakket boeken van 10 kg - niet te betalen. Daarna is
Marianus in de wachtruimte gaan zitten. Ik heb de auto weggebracht
naar de MAF en de sleutel afgegeven. Een ojek (brommertaxi) heeft me
teruggebracht naar het vliegveld. Toen ook ik in de wachtruimte kwam,
was ons vliegtuig nog niet eens aangekomen. Op tijd vertrekken was al
niet meer mogelijk. Uiteindelijk vertrokken we een uur te laat. In het
vliegtuig zaten we naast Tom Bolser, de MAF-piloot die in Merauke is
gestationeerd en die ons maandag naar Kouh zal brengen. We konden
alvast het een en ander bespreken.

Het duurde lang voor we onze bagage hadden. Toen gingen we eerst naar
de MAF om alvast alles te wegen. Dan hoeft dat maandag niet meer.
Daarna bracht een taxi ons naar de Biara MSC, het klooster dat tussen
de oude kerk en de nieuwe kathedraal in staat. Gisteren had ik al met
broeder Willy gebeld. We waren welkom. Zo werden we ook ontvangen. We
werden meteen uitgenodigd voor de koffie en konden met verschillende
broeders of pastoors een praatje maken. We vielen met de neus in de
boter: juist vandaag vierde de MSC haar 150-jarig bestaan. Aan het
eind van de middag zou er een dienst zijn in de kerk en daarna een
feestelijke maaltijd in het klooster.

We zijn dus voor een paar dagen kloosterlingen en delen in de eenvoud
van de broeders. Het gebouw is oud, maar goed onderhouden. Het eten is
supereenvoudig maar lekker. Er heerst een sfeer van gezelligheid en
ongedwongenheid. De broeders houden ervan om grapjes te maken en
elkaar vliegen af te vangen. Broeder Willy glimschatert continu. Een
bezige bij zonder zit in zijn gat. Na het eten zijn we een dutje gaan
doen. Maar ineens werden we opgeschrikt door de fanfare vlak voor het
raam. Een muziekkorps van jongeren/kinderen startte de feestelijkheden
met een parade op het terrein van kerk en klooster. Een uurlang
marcheerden ze, pauzeerden even voor een sanitaire stop, marcheerden
weer, al musicerend. Tegen vijven begeleidden ze de processie van
pastoors en priesters naar de kerk, die intussen mudvol zat. We hebben
alles van een afstandje meegemaakt. Als gereformeerde dominees zijn
wij toch 'de eenden in dit kippenhok'.

We hebben wel volop deelgenomen aan de feestelijke maaltijd na de mis.
De geestigste geestelijke leidde de samenkomst. Er waren enkele
zanggroepjes die een lied zongen, in het Indonesisch, Engels of in de
stamtaal. Een van de pastoors hield een toespraakje. Daarna was het
tijd voor de 'acara kertak gigi', de ceremonie van het tandengeknars,
oftewel de maaltijd. Na het gebed werd iedereen uitgenodigd om de
tanden te laten knarsen en van het eten te genieten. Er heerste een
gezellige sfeer tussen de broeders, de zusters en de leken.
Verschillende mensen kwamen op ons af. Een kind kuste zelfs mijn hand.
Ik sprak ook dokter Yohanes die destijds met dr Dresser in Senggo
samenwerkte. En een man die in de Muyu met Rufus en Herman op zoek is
geweest naar een verdwenen radiozender. Het aardige is dat iedereen
hier weet waar 'Boven-Digoel' ligt. In Jakarta, op Bali en ook in
Jayapura moet je dat vaak uitleggen. Hier klikt het meteen, wanneer je
Tanah Merah zegt.

Het is aardig om hier een paar dagen te zijn. We hebben wel meteen een
spuitbus tegen de muskieten gekocht, want die zijn hier knap
agressief. Morgenvroeg hopen we SETIA te bezoeken en morgenmiddag
en/of zondag de GGRI. Beide locaties liggen niet ver van onze
verblijfplaats af.

Intussen is de rust teruggekeerd. Het klooster ademt weer de normale
rust en gemoedelijkheid. En daar doen wij aan mee.

"Kasi uang dulu!" ("Geef eerst je geld!")

10-07-2009 17:16

Een grappig moment. Op de terugreis van het seminar in Waena, een half
uur rijden van Sentani/Pos Tujuh waar wij verblijven, parkeren we even
bij een winkel om brood te kopen. De parkeerwacht, een Papua van de
Danistam, schudt ons de hand. "Hoe is het?" "Goed, Pak." "Pas je goed
op de auto?" "Ja, dat komt voor elkaar." Na een paar minuten staan we
alweer buiten en stappen in de auto. Het is donker en druk. De
parkeerwacht zal ons als altijd de weg op helpen door gewoon de auto's
in beide richtingen tegen te houden. Dan zegt hij: "Kasi uang dulu",
niet als een voorwaarde om ons op weg te helpen, maar in de zin van:
laten we eerst maar afrekenen, dan kun je zo meteen doorrijden en hoef
je niet eerst weer te stoppen middenop de drukke weg om het
parkeertarief te voldoen. Goed bedacht van deze man. Hij fluit alle
auto's tot stoppen en verleent ons met een brede armzwaai doorgang. En
wij kunnen meteen vaart maken en hoeven het verkeer niet op te houden.

"Kasi uang dulu." We zitten te lachen in de auto. "Kasi uang dulu."
Daar ging het vandaag vaker over. Maar dan wel in de betekenis: betaal
eerst maar eens. In positieve en in negatieve zin. Pak Okto in Koya
Timur, die voor het runnen van de SMTK daar geld uit Jakarta nodig
heeft, maar dat maar met moeite loskrijgt zodat hij in de moeite komt.
Hij heeft gelijk om dan op zijn poot te spelen. We hoorden het ook in
negatieve zin tijdens het seminar voor de leiders van de GGRI in Waena
en Sentani. Het ging over Gods voorzienigheid tegenover het
adatdenken, bijvoorbeeld bij een sterfgeval. Volgens de adat moet de
schoonfamilie van de overledene dokken. "Kasi uang dulu." ("Geef eerst
je geld."). De man is per definitie schuldig aan de dood van zijn
vrouw, en omgekeerd. Betalen, in geld of in natura.

We hebben een drukke dag gehad. Eerst zijn we naar Koya Timur gereden,
een transmigratiedorp in het binnenland, zo'n 30 km van
Abepura/Jayapura. De weg ernaar toe is goed en gaat over heuvels en
door dalen. Wanneer een vrachtauto voor ons gehuld in dikke zwarte
rookwolken zich omhoog slakt, wachten we eerst maar even. Stel je voor
dat hij achteruit rolt. Dan komen wij klem te zitten. Dat dat een
goede gedachte is blijkt 's middags op de terugreis. Wanneer we over
een top naar beneden rijden zien we voor ons een vrachtauto
terugrollen, terwijl de bijrijden probeert een steen voor de wielen te
gooien. Het loopt gelukkig goed af.

We worden door Pak Okto verwelkomd. De eerste vraag: Wat doe je hier
helemaal aan het eind van de wereld? Antwoord: het is hier goedkoop.
Een materiele reden dus. Terwijl ik eigenlijk een geestelijk antwoord
verwachtte: Dat is toch de opdracht van Jezus? Het is vakantietijd en
daarom rustig. Het SETIA-complex bestaat uit twee gewone huisjes, het
een is jongensinternaat plus huis van Okto en zijn gezin, het andere
meisjesinternaat plus onderkomen van twee vrouwelijke stafleden. De
lessen vinden plaats in de kerk. Het is een pinksterkerk, maar ze zijn
ervan op de hoogte dat SETIA een andere leer is toegedaan. Geen
probleem. Okto is hier heel gemotiveerd aan het werk en wil graag een
eigen terrein. Maar de geldstroom uit Jakarta is maar dun. Okto is
iemand die gewoon zegt hoe hij erover denkt, tegen wie dan ook. Hij
vindt dat ze in Jakarta de kerken en scholen in het binnenland te
weinig aandacht geven. Misschien was de verdrijving van de campus wel
een teken dat ze moeten stoppen met het bouwen van hun Jeruzalem in
Jakarta en echt de desa ingaan. Dat is toch het motto van SETIA?! Uit
de desa voor de desa.

We genieten van een goede maaltijd en hebben de tijd om te praten over
de cultuur van de Papua's. In de auto hadden Marianus en ik het nog
over de kledij van de Papua's gehad, peniskoker en grasrok. Ze lopen
niet naakt, zoals de mensen vaak zeggen, maar hebben een sterk
schaamtegevoel. "Als je me kwaad wil hebben, moet je zeggen dat de
Papua's naaktlopers zijn." En dan zegt Okto later: "Veel Papua's lopen
er nog naakt bij en gaan het weer opnieuw doen voor de commercie." Ik
hoor Marianus afwachten. En ja hoor: "Maak me niet boos, Okto! Ze
lopen er niet naakt bij." Hij heeft wel gelijk: als ze het even doen
voor toeristen om geld te maken, dan vind ik het ook verwerpelijk.
Maar laat de Papua's aub in hun waarde. Het zijn zelfbewuste mensen.
En dat is alleen maar goed. De zending heeft ze nooit gedwongen om
broeken en rokken aan te trekken.

We zijn ruim op tijd terug in Waena voor het miniseminar. Om drie uur
begint het, denken we tegen beter weten in. Om kwart voor vier zijn er
voldoende mensen om te beginnen. En dan hebben we ook een prima
gesprek. Eerst geven we uitleg over de bedoeling en over het
onderwerp. En dan beginnen we de discussie. In een volgende blog
vertel ik daarover meer. De elektriciteit is uitgevallen: het wordt
hoe langer hoe donkerder. Met een paar kaarsen wordt er licht
gebracht. Dat brengt Marianus tot een mooie uitspraak: Als christenen
zijn we net kaarsen. We verspreiden licht maar worden zelf steeds
kleiner. Een van de aanwezigen, Pak Naftali, geeft een indrukwekkend
geloofsgetuigenis. Toen hun jongste zoon verongelukte hebben hij en
zijn vrouw veel kracht van God ontvangen. Op hun waaromvragen kwam
geen antwoord, maar ze weten dat wat God doet goed is. Ze zijn niet
meegegaan in de gebruiken van de adat: dreigen, eisen, wraaknemen. De
voorzienigheid, zorg, regering van God staan echt haaks op de
gedachten van de stamgodsdienst. Toch wordt je in zo'n situatie van
rouw ook nog aangevallen juist door christenen: Wat voor zonde had hij
gedaan? Daarop is maar één antwoord: Lees het boek Job!

Waar zijn de GGRI?

16-06-2009 11:07

Eindelijk lukt het me op internet te komen. Ik kan de mailbox openen maar de berichten niet, laat staan die beantwoorden. De blogsite wil ook openen. En zowaar, ik krijg de kans om iets te schrijven. Hopelijk lukt het ook om mijn verhaal op de blog te krijgen.

Gisteren zijn Marianus en ik in Sentani aangekomen. Ik moest om half twee 's nachts op het vliegveld zijn. Eerst nog wat geslapen en later in het vliegtuig ook weer, zodat ik aardig uitgerust aankwam. Marianus heeft onderweg amper geslapen. In Timika, bij de goud- en kopermijnen van Freeport, mochten we even uit het vliegtuig. Daarna was het nog 50 minuten naar Sentani, de luchthaven van Jayapura aan de Noordkust. Met een taxi zijn we naar Pos Tujuh gereden, de plek waar - al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw - gastenhuizen zijn van allerlei zendingen en waar ook voor ons plek was gereserveerd in het huis van de NRC/Zending Geref. Gemeenten. In het huis van de Zending Gereformeerde Kerken wonen de Wieskes. We werden meteen op koffie onthaald.

's Middags zijn we op zoek gegaan naar mensen van de GGRI, maar de een was ziek en de ander wist van niets. Tja, wat nu? Ik had toch duidelijk van te voren allerlei zaken geregeld en hoopte dat ik het een en ander kon doen. Dan morgen maar proberen via het Kantoor van de GGRI in Waena, een half uur rijden van Sentani. Daar zijn we vanmorgen dan ook naar toe gereden. Eerst via de MAF om nog even de vluchten naar het binnenland van Papua te checken en naar de Merpati om onze tickets voor de vlucht naar Merauke op te halen. Bij het kantoor van de GGRI heerste diepe rust. Een hondekop keek om het hoekje van de deur. En binnen lag nog een ander scharminkel. Verder niets. Geroepen. En ja, daar kwam Yohana tevoorschijn. "Nee, verder is er niemand en ik werk hier nog maar kort en weet ook niet wat ik moet doen." Yustus, een van de ouderlingen, is haar broer. Ze zal hem een boodschap van mij doorgeven en ik krijg een mobiel nummer. De vraag komt steeds meer op: Waar zijn de GGRI? Ik sta aan de deur te roepen, maar waar zijn ze?

Wanneer we even later weer op weg zijn, gaat de telefoon: Yustus. Hij is naar het kantoor van de GGRI gegaan, maar wij waren al weg. Terug dus. Dan hebben we toch een heel goed gesprek. En nu blijkt ook dat er wel degelijk berichten naar het binnenland gegaan zijn. Ook in Waena zelf is zondag nog afgekondigd dat ik eraan kom, samen met Marianus. En hij wil graag regelen dat er een mini seminar wordt gehouden, net alleen met voorgangers maar ook met de ouderlingen erbij. Prima. Hij vertelt ons veel over de situatie van de GGRI. Goed te horen. Bemoedigende berichten ook. Waar zijn de GGRI? Daar dus.

Vanmiddag kreeg ik een sms'je dat we morgenmiddag om drie uur worden verwacht. Ze zullen er zijn.

PS Het is warm hier. Als dan ook nog de elektriciteit uitvalt en geen ventilator het meer doet en ook de waterpomp niet, dan krijg je wel even een culture shock. Maar die was gisteravond nog veel erger, toen we voor het halen van wat boodschappen werden verwezen naar de nieuwe supermarkt, oftewel hypermarkt. Nou, hyper is ie zeker. Heel Papua kan daar zijn boodschappen doen. Sentani, Abepura, Jayapura, ze worden opgestoten in de vaart der volken. Vanmiddag hebben we in alle rust vis gegeten in een restaurantje met prachtig uitzicht over het Sentanimeer. Daar begint overmorgen een groot festival over de cultuur van de Sentanimensen. Naast de modernisering is er dus ook aandacht voor de lokale nog altijd gepraktiseerde cultuur. Als dat maar geen museumstuk wordt.

Kerkdienst met gebaren

14-06-2009 10:38

Ik ben vanmorgen naar de Engelstalige kerkdienst geweest in de protestantse Legian Bali Church. Dat heb ik in het verleden al vaker gedaan, alleen of met het gezin. Vergelijkbaar met de JICF in Jakarta. Alleen, ze hebben hier tijdelijke 'pastors' (vaak al geemeriteerd, meestal uit Amerika) die voor enkele maanden als vrijwilliger komen helpen. Voor onderdak wordt gezorgd. Helaas is de dominee die nu de diensten waarneemt, een Zuid-Koreaan met - uiteraard - de naam Kim, erg slecht te verstaan. Hij houdt een preek over het 'vanzelf' groeiende zaad en het tot een boom uitgroeiende mosterdzaad (Mrk 4), met als thema: 'werk actief mee aan de komst van het Koninkrijk'. Enige uitleg van de gelijkenissen heb ik niet gehoord. Evenmin een vergelijking die je hier in de context van Bali zo mooi kunt maken met de rijstbouw. Jammer. De liederen kende ik op één na niet. En toch heb ik wel genoten en ben ik ook wel gesticht. Niet zozeer door de preek en door de liederen, maar door de ... gebaren. Op de tweede rij zat een jonge vrouw. Bij het zingen staken verschillende mensen de handen in de lucht, loodrecht omhoog. Ik heb er niets op tegen, maar zal het zelf niet gauw doen. Maar wat zij deed was echt heel bijzonder. Om stil van te worden (dat was ik toch al, maar nu met reden). Zij beeldde de inhoud van de liederen uit in Balinese stijl. Spontaan en voor zichzelf. Om zelf zo God te prijzen. Duidelijk en klaar, want ik kon deze gebarentaal helemaal volgen. Als een Balinese danseres speelde ze met haar armen, haar ellebogen, haar polsen, haar vingers. Zij begeleidde de zang op een niet te evenaren manier. Zo de naam van God te prijzen, dat is echt uniek. Deze gebaren zeiden me meer dan woorden. Als je dit meemaakt vallen de taal- en cultuurbarrieres weg. En ook de kerkelijke verschillen verdwijnen naar de achtergrond. Psalm 117 komt in je op: "Looft alle volken, prijs de HEER." 

Van sawahs, vlinders en interviews bij zonsondergang

14-06-2009 10:09

Tussen de Onneres en de Onner polder is groot verschil. Elke keer wanneer ik daar wandel, valt me dat weer op. Evenzo tussen de sawahs/rijstvelden van Jatiluwih in de heuvels van Midden-Bali en het strand van Kuta aan de westkust van Bali. Ik ben gisteren op beide geweest. Van wandelen kwam niet zoveel. Op de sawahs was het heet en op het strand file. Maar leuk was het wel.
 
Wanneer je bij Yulia Beach Inn de straat op loopt, komen de chauffeurs al op je af: "Transport?" Maar wat krijg je dan? En hoeveel vraagt hij? Tijdens het ontbijt vraag ik iemand van het personeel naar de prijzen. Hij weet een goede chauffeur met een goede auto voor me te regelen. En niet duur. Een chauffeur à la Pak Frans bij Wisma PGI in Jakarta. Hij lijkt ook nog op hem. In anderhalf uur rijden we naar Midden-Bali, steeds verder omhoog de heuvels in. Het uitzicht wordt mooier en mooier. Hij brengt me op plaatsen met een grandioos uitzicht. Op de sawahs zijn de mensen druk bezig: de oogst wordt nog binnengehaald (vrouwenwerk) of ze zijn de droge stoppels aan het verbranden om de velden daarna klaar te maken voor weer een nieuwe oogst (mannenwerk). Van toeristen kijken ze niet op. Hoewel, in het binnenland komen maar heel weinig toeristen, vergeleken met de kust. Maar wanneer ze ontdekken dat deze blanke Indonesisch spreekt, stoppen ze toch even met hun werk en maken ze graag een praatje. Ze vertellen over hun gewas: de rijst die ze aan het oogsten zijn is 'rode rijst', een van de duurdere soorten. En heel lekker. Dat is geen grootspraak, weet ik uit ervaring. Ze hebben een goede oogst gehad deze keer. Er komt een brommer voorbij met achterop twee grote blauwe bakken. Het is de ijscoman. Een van de vrouwen gaat een ijsje kopen. Anderen drinken water uit de meegebrachte flessen. Overal op de sawahs staan afdakjes en huisjes. Daar houden ze vooral tegen de oogsttijd de wacht. De vogels moeten worden weggejaagd. Ook staan daar vaak een of twee koeien. Zodra de rijst geoogst is mogen die zich eerst tegoed doen aan de stengels. Wanneer de rest tot stro gedroogd is, gaat de fik erin. En begint het proces van voren af aan. "Nou, succes ermee hoor," zeg ik ten afscheid. "Goede reis, Pak," is het antwoord.
 
We rijden terug via Tabanan. Onderweg stoppen we nog even bij een grote waringinboom. Het dorpsbeeld wordt vaak beheerst door zo'n hoog boven de huizen oprijzende bladerrijke boom. Bij zo'n boom vind je vast en zeker op z'n minst een altaar, maar vaak ook een complete Hindoetempel. Dit soort bomen heeft een bijzondere betekenis als 'levensboom', niet alleen voor de Hindoes op Bali en Java, maar ook voor de Dayaks en de Papua's. Ze vormen de verbinding tussen aarde en hemel en zijn de woonplaats van goden en geesten. Vlak voor Tabanan komen we langs de vlindertuin. We stoppen en nemen een kijkje. Er zijn niet echt veel soorten vlinders (en kevers, rupsen en wandelende takken) maar wel mooie bloemen. Toch wel aardig om te zien hoe men zijn best doet om de natuur te beschermen.
 
Om een uur of drie ben ik weer terug bij Yulia Beach Inn. Uitgeteld, want het is intussen wel erg warm, ook al heeft de auto een goedwerkende airco. Maar tegen de avond ga ik toch ook nog even naar het strand vlakbij om samen met de samengestroomde menigte de zonsondergang te zien. Behalve de zon sta ikzelf blijkbaar in het middelpunt van de belangstelling. Ik word geinterviewd en gefotografeerd door wel dertig SMA-leerlingen. Ze komen op mij af: "Sir, we have to practice our English. We want to interview you and take a picture as proof." Mijn reactie: "Only when I can take a picture of you." Dat is OK. Als ik dan ineens in het Indonesisch tegen hen begin te praten, is de toon van het interview gezet: "How is it possible that you can speak Indonesian? For which reason are you here?" Het zijn meest (gesluierde) meisjes van een Islamschool in Kediri. Ze zijn op 'werkreis'. Wil je goed Engels leren spreken, dan moet je op excursie naar het strand van Bali. Ze lopen er dik ingepakt bij in tegenstelling tot veel blanke badgasten (ja, ik loop er wel netjes bij hoor als niet-badgast). Wanneer er weer een paar op me afkomen, zeg ik al: "Jullie komen vast uit Kediri." Verbazing: "Ja, hoe weet u dat?" "Dat kan ik zien aan jullie neus." Een Indonesische mevrouw staat het allemaal van dichtbij aan te zien en komt naar me toe: "Ik vind het zo leuk dat u dit doet. De meeste blanken willen niet en lopen meteen door. U bent heel anders. En u spreekt nog Indonesisch ook." Ja, maar dit is toch ook veel leuker dan die hele zonsondergang. Het is ook maar net wat je op Bali zoekt: een stuk zand van een bij twee meter onder de hete zon of het contact met de mensen.

Seminar in context

12-06-2009 17:04


Het seminar aan de Theologische Hogeschool 'Johannes Calvijn' in Kerobokan, Bali zit er alweer op. Vier dagen lang zijn we druk aan het werk geweest, ik als instructeur en de deelnemers als cursisten. Het ging steeds plezieriger (zoals vaak). In het begin kreeg ik weinig respons, maar dat veranderde gaandeweg. Men deed steeds meer mee en werd met de dag enthousiaster.


Het onderwerp was dus de methode van bijbelverklaring. Aan de hand van voorbeelden heb ik duidelijk gemaakt hoe het proces verloopt van bijbeltekst naar verklaring en vandaar naar preek/overdenking. Die methode heb ik in mijn boek KItab Suci - Untuk Kita! (De Heilige Schrift - voor ons!) gepresenteerd. Men is er wel achter gekomen dat bijbeluitleg een serieuze en verantwoordelijke bezigheid is die tijd kost (en dat mag ook: je bent niet voor niets prediker!), maar dan ook resultaat oplevert. Eerder deze week ging het over de vaststelling van de grenzen van de tekst en over de plaats van de tekst in het verband (context) en ook in de ontstaanssituatie. Vanmorgen ging het over de link van de tekst met Christus/verlossing en over de toepassing naar de tijd en het leven van vandaag: Gereformeerde exegese in de context van - zeg maar - Bali 2009. In groepjes van een man/vrouw of vier werd er eerst gepraat. Daarna gingen we met z'n allen aan de praat.


Na afloop heb ik eerst nog gegeten samen met docenten en stafleden. Daarna heb ik nog een gesprek gehad met een van de studenten, afkomstig van Oost-Sumba over de kerkelijke situatie daar en over de omgang van de kerk met de adat of cultuur. Dat is altijd een hot item. En op Sumba wel helemaal. Ik heb hem mijn visie daarop uitgelegd, die ik heb besproken in mijn boek Hidup Baru. Orang Kristen dalam konteks kebudayaan setempat (Nieuw leven. De christen in zijn plaatselijke culturele context). Hij hoopt zijn studie binnenkort af te ronden en dan terug te gaan naar Sumba. Volgens de planning zou ik volgend jaar naar Sumba moeten. Ik heb hem beloofd om hem dan te komen opzoeken. Hij woont ergens aan de weg van Waingapu naar Melolo.


Daarna heeft deze student mij op zijn brommer teruggebracht naar Kuta. Onderweg ook nog wat gepraat (of liever geschreeuwd) over: Kunnen we Bali vergelijken met Athene waar Paulus zoveel beelden en altaren zag? En hoe zit het met het eten van offervlees? Op de brommer kun je moeilijk zulke onderwerpen goed bespreken. Maar inderdaad, er zijn zeker overeenkomsten tussen Bali en Athene. En over het eten van offervlees is het laatste woord ook nog niet gezegd. Toen we in de file raakten werd praten helemaal onmogelijk. Veel lawaai en veel hitte. Als dank voor het brengen heb ik hem een exemplaar van Hidup Baru gegeven. Als hij dat nu eerst leest, dan kunnen we volgend jaar - DV - verdergaan met ons gesprek op de brommer.


Het wordt naar mijn gevoel met de dag drukker op Bali. Op mijn kamer heb ik er geen last van. Zo nu en dan begeef ik me even onder het volk. Om een krant te kopen, koffie te drinken of om te eten. Misschien ga ik morgen nog even het binnenland in naar de kampongs en de sawahs. Dat is pas echt Bali.