Algemeen   .   Nieuws   .   Brieven Mak   .   Archief

Jakarta, 1 december 2004   

SETIA

Vorige week hebben we onze officiële papieren gekregen en kunnen we ons overal legaal laten zien. Niet dat we ons zonder de officiële identiteitspapieren gehinderd voelden de afgelopen week, want we hebben wel van alles kunnen doen. Ik heb lesgegeven aan de Theologische Hogeschool Setia - want daar was ik voor weggegaan niet waar? Het betreft een serie dogmatieklessen die ik van Dick Mak heb overgenomen.
Volgende week mag ik helpen bij het examineren van een groep van dertig studenten. Dat is voornamelijk het beoordelen van de scripties die ze geschreven hebben. Ik hoop dat ik ze ruim van de voren mag inzien, anders heeft het niet zoveel zin om vragen te stellen en te discussiëren over het werk wat ze hebben gedaan. Bij de diploma-uitreiking zullen we wel in toga moeten verschijnen. Ik heb m’n Nederlandse toga toch maar niet meegenomen, dus we moeten nog even langs de kleermaker...
We hebben afgelopen vrijdagavond in mooie vergaderzaal van een Chinezen_kerk op de 12e verdieping van het ‘Veteranen-gebouw’ de officiële viering van het 17-jarig bestaan van SETIA meegemaakt.
Deze viering ging zonder de studenten (inmiddels wel 1000, die van de nevenvestigingen meegeteld). Dit was meer om te zingen, bidden en danken en vooral ook om de sponsors te eren. Want er zit heel wat geld in van rijke christenen (vooral Chinezen). Het was wel eens leuk om mee te maken. Voor Indonesische begrippen was het strak georganiseerd, alleen een belangrijke sponsor (hoofdsponsor?) kreeg het woord om een getuigenis af te leggen, en die sprak geen kwartier, maar nam het drievoudige van zijn geplande tijd...

Jakarta

We leren hier in Jakarta al aardig de weg kennen en de taxichauffeurs hoeven ons niet meer voor de gek te houden.. We nemen bovendien vaak de kaart mee, want die chauffeurs weten ook niet alles en samen komen we er dan wel uit. Van de week waren we naar de boekhandel/uitgeverij geweest die de Kijkbijbel in het Indonesisch uitgeeft (Indonesisch Bijbelgenootschap). Van Henk Oostra hadden we een CD mee gekregen met de officiële tekeningen voor deel twee van deze bijbel. Daarna moesten we nog naar de boekhandel van BPK (een christelijke boekhandel met diepe historische wortels in de goeie ouwe tijd van de vooroorlogse zending) maar we wisten niet precies waar die was vanuit het gebouw van het Bijbelgenootschap. Het moest niet al te ver uit de buurt zijn, dachten we. Een taxichauffeur stopte en vroeg waar we naar toe moesten. Hij keek erg moeilijk en wist echt niet waar dat nu toch was, dus hij kon ons er niet heen brengen! Later bleek dat het eigenlijk om de hoek was, dus de moeite niet waard om te rijden voor hem! Je leert uit de indirecte reactie veel overwegingen kennen. Het is natuurlijk zeer bot om iemand recht in z’n gezicht te zeggen dat je er niets voor voelt! De tweede chauffeur hielden we toen maar voor dat we even naar die boekhandel in de buurt moesten (10 minuten) en daarna weer naar ons huis in Zuid-Jakarta. Nu die wilde wel even wachten met lopende taximeter! En al met al rij je dan kris kras door deze miljoenenstad voor een paar luttele euro’s.

Vlak voor de kerst krijgen we onze eigen auto met chauffeur. Dat is wel fijn, om dan voor al die dagelijkse dingen een eigen auto en chauffeur tot je beschikking hebt. Want soms struikel je over de taxi’s en als je er naar zoekt op een stille plek of op een laat moment van de dag, kun je tijden wachten of kilometers lopen over levensgevaarlijke trottoirs met gaten, kuilen, en open riolen. We nemen voor de kleine ritjes ook wel eens een bemo (bromfietstaxi). Die rookt, rijdt en is kwetsbaar. Je moet je letterlijk aan alle gevaren blootstellen: de rook, de medeweggebruikers, de vervuiling van de stad en hobbels in de weg. Is nog goedkoper, maar de lucht die je dan op zo’n ritje inademt is niet al te best, per kilometer schat ik dat het gelijk staat aan 10 jaar roken van zware shag.

We hebben inmiddels ook al wat personeel aangenomen, Of eigenlijk overgenomen van de vorige bewoners van ons huis. Het schijnt er bij te horen, want als je niet permanent mensen in en om je huis hebt rondlopen, wordt het spontaan leeggehaald. Nu zijn wij niet erg gehecht aan onze spullen, maar het is toch wel erg lastig als je computer en zo verdwenen is met al je bestanden voor de lessen, je preken, en je mailtjes...

Zondag

Zondag zijn we naar de Nederlandse dienst in de vroegere Willemskerk, nu Immanuelkerk, naar de Nederlandstalige gemeente van de Protestantse Kerk van West Indonesië (GPIB). We gingen om 9 uur van huis, maar we belandden in een demonstratie tegen aids en daarna was er nog een file omdat er tegen de oorlog in Irak gedemonstreerd werd. Gelukkig reed onze taxichauffeur snel bij de luidruchtige demonstranten weg. Je moet waarschijnlijk meteen in de revisie als zulke opgewonden mensen denken dat je een Amerikaan bent... Ik vroeg me wel af in hoeverre zulke demonstraties hier spontaan zijn. Want als het spontane demonstraties zijn, zoals bij de bewoners van het plaatsje Bojong bij Bogor dat zich verongelijkt voelde omdat zij in hun dorp het vuil van de stad willen storten dan vinden de autoriteiten het niet leuk als er gedemonstreerd wordt en schiet de politie meteen met scherp (en raak ook).
Onze taxichauffeur had mij overigens niet goed begrepen en reed naar de verkeerde straat. Gelukkig was het misverstand van onze kerkelijke bestemming van deze zondagmorgen snel opgelost toen een vriendelijke dame aan de andere kant van de stad het plekje van de kerk wel wist en de juiste straatnaam noemde. Al met al waren we zondagmorgen pas om half 11 in de kerk, maar de voorganger collega Dick Mak was er toen ook nog niet, die zat in dezelfde file en kwam om kwart voor elf aan. Toch nog een korte preek, want de Koreanen hadden ook dienst in hetzelfde gebouw, dus we moesten er om 11.15 weer uit. De meeste Nederlandssprekende kerkgangers in Jakarta gaan naar deze kerk. Uit nostalgische overwegingen of uit traditie en bijgeloof. Maar van de tamelijk grote Nederlandse gemeenschap in de stad gaan er maar heel weinig mensen meer naar de kerk. Het aantal kerkgangers varieert overigens nog al sterk, van een dertig tot vijftig mensen. Dus nauwelijks de moeite om de ventilatoren te laten draaien….
Na de dienst heerlijk koffie gedronken en lekker met de ‘boelé’s’ (blanken) gepraat en zitten keuvelen met de indo’s. De gemiddelde leeftijd is zeer hoog, maar ze weten de verdwaalde toeristen zeker wel te boeien. Ze hebben geloof ik ook al een oogje op mij, want één van de (vrouwelijke) ouderlingen vroeg omstandig naar mijn werk, waar ik woonde, hoe lang ik dacht te blijven, en of ik ook dominee was….. Dus er zal binnenkort wel een belletje komen om een keer op proef te preken. Dat zal lekker zweten worden, want anders dan in de Chinezen-kerk hebben ze in dit historische gebouw geen airco… Toch leuk om een man van mijn leeftijd te ontmoeten die in de olie werkt en niet meer zo’n kerkganger was in Nederland, maar hier toch weer teruggekeerd is in de schoot van de kerk!

Shoppen

Net als m’n huidige en vroegere collega’s bezoeken we regelmatig drie soorten kerken. De Nederlandse diensten in de Immanuelkerk, met hoog nostalgisch gehalte, de Jakarta International Church and Fellowship, met hoog McDonald gehalte en veel opwekkingsliederen aan het begin van de dienst, net als in Nederland met die typische Franz Bauer_sfeer van de Opwekkingsliederen, veel herhalingen en weinig poëtische zeggingskracht, maar wél bijbelse preken en aardige mensen. En natuurlijk bezoeken we de kerk van de campus van Setia.. Maar ook daar is de muziek helaas meer Amerikaans dan Indonesisch, denk ik. Het valt me wel op dat je dit verschijnsel overal in de wereld ziet. Als dát de eer en de heerlijkheid van volken is die het Nieuwe Jeruzalem wordt binnengedragen, dan betwijfel ik of dat de bedoeling is….
Ik maak me dus echt zorgen om deze globalisering van de kerkdiensten. Er is een trend dat alles over de hele wereld op z’n Amerikaans gaat, ook in de kerk, en dat het kennelijk niet meer mogelijk is om de culturele eigenheid van een volksaard in de liturgie te laten uitkomen! Het nadeel van dit zwervende kerkelijke bestaan is dat je net als de postmoderne stadsmensen in het Westen, overal je gezicht laat zien maar nooit ergens thuishoort. En meer dan ons lief is, merk je dat je toch een kerkdienst wilt bezoeken van een gemeente waarbij je je thuis voelt. Ja, ja we zijn postmoderner dan we willen toegeven.

Reina en Dirk Griffioen

 terug   naar boven