Jakarta, 31 oktober 2004
De hitte blijft voortduren en het regenseizoen is nog altijd niet begonnen. Het is hier nu zo heet dat het zweet in straaltjes langs je rug loopt, ook al doe je niets. Zelfs de airco's op onze slaapkamers kunnen de hitte niet meer buitenhouden. De moslims zitten nu halverwege de vastenmaand, en hebben het door de steeds erger wordende hitte zo zwaar dat de meesten het vasten niet kunnen volhouden. Om vier uur 's morgens drinken ze voor het laatst, en pas om tien over zes 's avonds mogen ze voor het eerst weer wat drinken. En eten natuurlijk, maar dat is minder belangrijk. Wij drinken de hele dag door, wat met dit uitputtende weer ook wel moet, maar zelfs wij zijn opgelucht als het weer zes uur 's avonds is en onze hulpen eindelijk weer beginnen te drinken. Overal zie je mensen slapen. In het zwembad liggen de schoonmakers op bankjes of op de grond bij de kleedkamers, chauffeurs slapen in de auto's met de motor aan (zodat de airco het doet), de man van de parkeerkaartjes, die de hele dag in de hitte zit, valt steeds in slaap en moet elke minuut wakker geschud worden...

De situaties op de wegen wordt steeds gevaarlijker, met al die vastende chauffeurs. Van de week waren Dick en ik samen onderweg, en pak Agus (onze chauffeur) had een binnendoorweggetje genomen. Ergens in een bocht stopte hij, omdat een tegenligger op onze weghelft zat. Dat gebeurt wel vaker hier, je hebt hier bijzonder vreemde verkeerssituaties. Maar deze meneer reed gewoon door, over de verkeerde weghelft. Frontaal tegen onze auto aan. Heel zachtjes, maar toch een knal. Dick en pak Agus stapten uit, en de chauffeur van de andere auto en een Indonesische dame stapten ook uit. De chauffeur was helemaal verslagen. Natuurlijk was hij fout, maar het was niet zijn schuld - hij was van achter aangereden door een taxi, die snel was doorgereden. Maar waarom hij dan op de verkeerde weghelft zat? Dat hoorden we pas van Agus toen we weer doorreden. Hij had geen rijbewijs!!! De echte chauffeur was niet op komen dagen, dus zijn mevrouw had hem gevraagd of hij niet wilde rijden...
Er zat een flinke ingedeukte kras op onze auto, maar Dick kon het niet over zijn hart verkrijgen die chauffeur (of zijn bazin) ervoor te laten betalen. Ze zagen er zo ontredderd uit, hadden natuurlijk geen verzekering, en aan de stokoude auto te zien zou de reparatie van onze auto een rib uit hun lijf zijn. 'Ach ja,' zei pak Agus later, 'je weet het van tevoren. Christenen verliezen altijd bij een ongeluk...'
In zo'n situatie zijn we trouwens wel heel blij dat we een chauffeur hebben. Je moet er niet aan denken bij een ongeluk betrokken te raken als je als blanke zelf rijdt. Ook al heb je helemaal geen schuld, je loopt grote kans de schuld te krijgen. En als je wel schuld hebt... De mensen hier zijn ongelofelijk vriendelijk, maar bij zoiets blijken ze ook behoorlijk heetgebakerd te zijn en het recht in eigen hand te nemen. Er zijn hier veel buitenlandse bedrijven die hun werknemers verbieden om zelf te rijden. Gewoon omdat het te gevaarlijk is.
De ramadan bepaalt ons er weer extra bij waarom we hier zijn. We bidden elke dag of onze hulpen en alle andere Indonesiërs Jezus mogen leren kennen als hun redder. Het is moeilijk om te zien hoe de mensen van wie we zoveel zijn gaan houden, gevangen zitten in een geloof dat van verplichtingen aan elkaar hangt en waarin Jezus niet de redder is, maar alleen een profeet.
Dick heeft een hectische tijd achter de rug. Hij is vijf dagen naar Alor geweest, een eiland in de buurt van Timur, voor een mission trip. Vanuit Setia, de school waar hij lesgeeft, organiseren ze regelmatig dat soort reizen. Ze gaan dan met een heel stel studenten naar een ander eiland en houden dan bijeenkomsten om de plaatselijke kerken te helpen en om het evangelie uit te dragen. Dick moest om half drie 's morgens weg van huis naar het vliegveld, en was na een voorspoedige reis een paar uur later in Kupang, op Timur. Vandaar zou een vliegtuigje hem doorbrengen naar Alor. Maar helaas... hij bleef steken in Kupang. Het vliegtuig was gecharterd door een stel ambtenaren, en tja, die gaan voor, natuurlijk. Dus Dick, die logeerde bij een hem onbekende familie, moest twee nachten in Kupang doorbrengen. Hij kon er geen kant op, want de familie woonde buiten de stad, en het vervoer in Kupang is nog niet echt goed geregeld. Maar goed, na twee dagen kon hij eindelijk verder, en hij mocht meteen aan de bak. 's Avonds werd er net een kerkdienst gehouden, en of hij daar niet kon preken. Dus Dick preken (onvoorbereid). En daarna was er een gebedsdienst, waar hij ook aan mee mocht doen. En de volgende ochtend een cursus.
En o ja, nog een kerkdienst. Dick kon zeker wel preken? Voor de gebedsdienst erna werd hij niet meer gevraagd (Hij heeft de evangelische manier van bidden nog niet helemaal onder de knie).

Als extraatje werd Dick midden in de nacht achterop een brommer het hele eiland overgevoerd. Waarom is me niet helemaal duidelijk geworden, maar wel dat hij er geen helm bij droeg. Alleen de bestuurder van een brommer draagt hier een helm, omdat hij anders kans loopt op een bekeuring. (Soms hebben de mensen de helm gewoon aan hun stuur hangen, kennelijk is dat ook al genoeg). Onderweg stopten ze zo hier en daar, en overal waar ze waren, stonden mensen op uit bed, en begonnen meteen voor ze te koken. Dat hoort zo, in Indonesië. De mensen zijn ongelofelijk gastvrij. Al met al een heel bijzondere ervaring. Dick kan alleen geen rijst meer zien...
Nu is het gewone leven weer begonnen, met de normale extra's, zoals ineens een paar middagen en avonden in de jury van het speciale Reformatiedag muziekconcours zitten. Of, zoals vandaag, een zondagochtend en middag in toga naar de diplomauitreiking (inclusief kerkdienst uiteraard) op de STTRII. En morgen een extra preek houden op Setia, vanwege de reformatiedag. Dus dat is allemaal naast het gewone werk, dat allemaal gewoon doorgaat, en waarvan de voorbereiding dan behoorlijk in de klem komt. Maar volgende week komen Dirk en Reina (Dirk wordt Dicks collega!), dus hopelijk worden dit soort extraatjes dan verdeeld over twee personen.

Met de jongens gaat het prima. De week herfstvakantie heeft ze goed gedaan. Ze zitten trouwens sinds vorige week op kookles. Twee moeders geven dat als naschoolse activiteit op woensdagmiddag. Compleet met keurige schortjes, handen wassen, afwassen, tafel dekken en afruimen... De jongens zijn helemaal enthousiast, en ze kunnen nu tomatensoep maken (die wij dan op moeten eten omdat zij het niet lekker vinden) en gaan volgende week leren pizzagezichtjes te maken.
Ik zelf geef nu blokfluitles. Ik heb op de lagere school twee jaar blokfluitles gehad, en die fabelachtige kennis mag natuurlijk niet verloren gaan. Dus elke maandag zit ik met tien kinderen, die het maar niet lukt de gaatjes van hun blokfluit met hun vingertoppen te bedekken, in het lokaal van groep 5/6, en leer ze noten lezen en blokfluit spelen. Ik hoorde al van kinderen die helemaal in de stress schoten omdat ik ze huiswerk had opgegeven!! Ze moesten hun naam invullen in het blokfluitboekje en ze moesten drie liedjes oefenen...
Verder heb ik mijn nieuwste boek af (echt gebeurd verhaal over die drie kinderen die een schipbreuk overleven). Roelof van der Schans heeft zelfs het omslag al af. Het ziet er heel spannend uit. Drie kinderen, zwemmend in de zee, met in de verte een rotseilandje en voor de rest alleen maar water. Het boek komt in het voorjaar uit. Deel 5 van de misdaadmonsters is ook al uit (Kale Carlos keert terug). Ik heb het nog niet gezien, dankzij de trage posterijen hier. Maar ik zag het op internet. Dus nu is de serie compleet. Gek idee hoor. Had ik twee jaar geleden, toen ik mijn eerste manuscript op goed geluk opstuurde, niet van kunnen dromen...
Hartelijke groeten van ons allemaal,
Corien en Dick Mak
terug
naar boven