Terugblik Marianus en Yusup
Terugblik: Marianus WaangBeste mensen,
Er is tijd van komen en er is tijd van gaan. Beide zijn al voorbij. We
zijn nu in Jakarta. Binnen drie jaar tijd hebben we veel leuke dingen
kunnen ervaren.
Ik heb dorst
Zoals al bekend is geworden, voor de meeste lezers, heb ik me
gespecialiseerd in dogmatiek of wat tegenwoordig als systematische
theologie wordt genoemd. Ik was eigenlijk niet geïnteresseerd in dit vak.
Ik wou liever Nieuwe Testament, het vakgebied waar Yusup in is
gespecialiseerd. Dus in 2003, toen we - de vertegenwoordigers van
GZD, Yusup, en ik, - een gesprek hielden met de TU, hadden we nog geen
definitieve besluit genomen. Eindelijk koos ik dogmatiek voor twee
redenen: 1) SETIA heeft gespecialiseerde docent in vakgebieden – zoals
dogmatiek, OT, NT, Zendingswetenschap en Praktische theologie – nodig. Dan
zijn twee docenten voor één vak onhandig. 2) omdat mijn bachelorscriptie
dogmatisch was. Das was de opmerking drs. C. J. Haak. Ik koos dogmatiek
maar was niet zo blij. Maar op de duur bleek dogmatiek interessant te
zijn. ik ben verliefd geworden op dogmatiek. Ik heb dorst naar alle kennis
omtrent dit vak. Gelukkig.
Diploma
Eerlijk gezegd is het Nederlands niet gemakkelijk. Binnen drie jaar tijd
heb ik mijn best gedaan om het Nederlands te kunnen beheersen maar het
lukt me nog steeds niet. Desondanks heb ik mijn doctoraalscriptie in deze
ongemakkelijke taal kunnen schrijven. Ook mijn afstudeervoordracht deed ik
in het Nederlands. Dat vond op 28 november plaats. Ik ben geslaagd en het
diploma is al in mijn bezit. Ik hoop dat ik de kennis in de gereformeerde
theologie, die ik tijdens mijn studie heb geleerd, door SETIA te kunnen
verspreiden.
Een boeiende terugblik
Een terugblik op wat er allemaal heeft plaatsgevonden in onze familie in
de ruim drie jaartijd dat we in Nederland verbleven is boeiend. Enkele
voorbeelden: we kwamen naar Nederland met ons drieën, terug met ons
vijven. We praatten en begrepen Nederlands nauwelijks toen. Maar nu is het
anders geworden. We kunnen het Nederlands redelijk goed praten en
begrijpen.
Hartelijke dank
Van het begin tot het eind van zowel ons verblijf in Nederland als van
mijn studie hebben veel mensen hand- en spandiensten verricht. Sommigen
hebben hun geld uitgegeven om onze behoefte te voorzien. De andere hebben
ons geholpen met hun kennis enz. Voor al die lieve mensen gaat onze
hartelijke dank uit. Moge de Heere God u zegenen.
Goed functioneren
Nu zijn we weer in ons vaderland. Alles is weer anders: het weer, de
levensomstandigheden, de werksfeer enz. Ik hoop met hart en ziel dat ik
goed kan functioneren op SETIA. Vergeet ons niet in jullie gebed.
Terugblik: Yusup Lifire
Als we terugkijken naar wat er de laatste drie jaar met ons is gebeurd kunnen we stellen dat de tijd is omgevlogen. Het is allemaal erg snel voorbij gegaan en we hebben echt van ons verblijf in Nederland genoten.
Gezin
We arriveerden hier met ons tweeën en gaan nu met ons vieren terug. Onze
twee lieve kinderen Daniël en Christi zijn hier ter wereld gekomen.
Indonesië is hun vaderland, Nederland hun geboorteland. Ze zijn beide in
januari geboren, in het koude winterseizoen, toen ik bezig was met de
voorbereiding van tentamens. Maar het is allemaal goed gegaan. De komst
van Daniël leverde spanning op. Bij een ontsluiting van 9 cm ontdekte de
vroedvrouw ontlasting in het vruchtwater. Toen moesten we snel naar het
ziekenhuis in Zwolle. Daar liep gelukkig alles op rolletjes. De geboorte
van Christi, net één jaar later (januari 2006), verliep zo mogelijk nog
voorspoediger. Zij werd thuis geboren, in nieuwe SETIA huis in de
binnenstad van Kampen.
Toch hebben we ook moeilijke momenten gekend. Op tweede kerstdag 2004,
toen we hier nog maar enkele maanden waren, werden Atje en Nias (waar
Warni vandaan komt) getroffen door een tsunami, en hadden we ongeveer twee
weken geen contact met haar ouders. Gelukkig was hun niets overkomen.
Veertien dagen daarvoor was het dorp van mijn moeder door een aardbeving
getroffen. Het huis waarin zij met mijn jongste broer woonde, was
ingestort. Gelukkig waren ze op het moment van de beving niet thuis. Was
dat wel het geval geweest, dan zou het ongetwijfeld slecht met hen zijn
afgelopen…
Vervolgens zijn twee ooms van Warni overleden, en stierf bovendien haar
nichtje. Een van beide ooms hadden wij nog ontmoet vlak voordat we naar
Nederland kwamen.
Onze allerzwaarste dag was echter 24 november 2006. Toen ontviel ons
plotseling mijn 27-jarige broer. Vooral mijn moeder heeft het hier
ontzettend moeilijk mee gehad. De here heeft ons echter wonderlijk
getroost. Ook hebben we veel steun en medeleven ondervonden van onze
broeders en zusters hier in Nederland.
Aanpassing
Van Indonesië naar Nederland. Van de ene kant naar van de wereldbol naar
de andere. Niet alleen qua afstand ver van elkaar verwijderd, maar ook qua
taal en cultuur. In Nederland was alles anders: het eten, het klimaat, de
temperatuur enzovoort. Gelukkig hadden we in Jakarta al wat Nederlands
geleerd. Dat heeft ons direct na onze aankomst enorm geholpen. Maar het
was natuurlijk niet voldoende om hier tijdens de zondagse erediensten de
preken te kunnen volgen. De eerste keer dat Warni met haar begeleider op
stap ging moest ze een woordenboekje meenemen. We kwamen hier aan op 29
september 2004, een koude en donkere najaarsdag. Gelukkig hadden we
uitstekende begeleiders. Mede dankzij hun inspanningen is onze
acclimatisering zonder veel moeite verlopen. Bijna alles was door de
SETIA-commissie in Kampen op voortreffelijke wijze geregeld!. We hebben
veel kenissen gemaakt die wij hen zullen missen.
Gedurende de eerste twee jaar woonden we met twee gezinnen in een huis.
Dat was gezellig, maar ook lastig. We moesten ons immers niet alleen aan
de Nederlandse cultuur, maar ook aan elkaars gewoonten aanpassen!
Bovendien waren Warni en ik net getrouwd, en moesten we ook in het
huwelijk elkaar nog goed leren kennen. Dit alles heeft gelukkig maar
weinig problemen opgeleverd.
Studie
Studie was het hoofddoel van onze komst naar Nederland. Mijn enthousiasme
om hier te komen studeren was groot. Ik wist en weet dat het
opleidingsniveau hier hoog is. Maar dat stimuleerde me juist om hard te
werken. Ik wilde me niet trouwens niet alleen op de studie, maar ook op de
beheersing van het Nederlands toeleggen. Ik herinner me de eerste colleges
van drs. De Bruijne en prof. Meijer. Het niveau waarop zij zich van het
Nederlands bedienden was zo hoog dat ik er maar weinig van verstond. Toch
moest ik direct Nieuwtestamentisch Grieks leren. Het leren van twee
vreemde talen tegelijk was bepaald niet gemakkelijk! Gelukkig was er een
tentamen dat ik in het Engels kon afleggen! Het betrof een mondelinge
vertaling van de tweede helft van het boek Handelingen. Ik kwam er goed
doorheen.Vanaf dat moment kreeg ik vertrouwen in het verdere
studieverloop.
Mijn gehele studieperiode heb ik als plezierig ervaren. Dat geldt ook voor
de tijd die ik aan mijn scriptie besteedde. Mijn grote probleem was en
bleef echter de taal. Spreken of discussiëren in het Nederlands kon ik op
den duur wel aardig. Dat ging me zelfs prima af, vond ik zelf. Maar ik had
de grootst mogelijke moeite met schrijven. Met geen mogelijkheid kon ik
een correcte Nederlandse zin op papier krijgen. Dat frustreerde me af en
toe geweldig. Een vervelende bijkomstigheid was dat ik aanvankelijk
niemand had om mijn doctoraalscriptie te corrigeren. Dat heeft me wel eens
ontmoedigd. Achteraf denk ik dat ik bepaalde vakken en zaken veel beter
had kunnen doen en moeten organiseren. Naderhand hebben ds. Jaap Groen en
broeder Derk van Dijken in dit opzicht veel voor me betekend.
Eindelijk kan ik dan nu met een tevreden gevoel naar Indonesië terug. Niet
alleen vanwege de goede beoordeling waarmee ik mijn studie bekroond mocht
zien, maar vooral vanwege de intellectuele vorming die ik hier heb
ontvangen in de gereformeerde traditie. Het schrijven van een
doctoraalscriptie was een boeiende ervaring. In exegetisch opzicht ben ik
er aanzienlijk door gegroeid. Ik heb me niet alleen kunnen verdiepen in de
taal en in de tekst, maar ook in de wereld van het Nieuwe Testament.
Vooral op mijn directe onderzoeksterrein heb ik veel nieuwe inzichten
verkregen. Voor het werk dat ik straks in Indonesië hoop te gaan doen zal
dat ongetwijfeld van belang zijn.
15 november van dit jaar was een spannende dag voor me. Op die dag
besliste de beoordelingscommissie over mijn eindscriptie. Mijn vreugde was
uiteraard groot toen ik te horen kreeg dat ik op 29 november mijn
studieresultaten mocht presenteren. Dit betekende namelijk dat ik geslaagd
was! Inmiddels heeft de presentatie plaats gevonden. Op de afloop daarvan
kijk ik met tevredenheid terug.
Thuisreis
Direct de volgende dag, op 30 november dus, kreeg ik een rooster
uitgereikt. Het bleek te gaan om een lesrooster voor de MDiv-opleiding
SETIA-GZD in Jakarta. In dat rooster komt mijn naam voor. Ik word dus
geacht daar les te gaan geven. Vandaag, 7 december, nam ik het lesrooster
voor de SETIA bacheloropleiding in ontvangst. Dit brengt me in gedachten
al naar Indonesië terug. Ik zie uit naar de terugreis. Ik heb wel zin om
weer in m’n eigen land aan de slag te gaan. Om de kennis die ik hier heb
verzameld, over te brengen op de studenten daar. Met die bedoeling ben ik
hier immers naar toe gekomen! Ik ontken niet dat onze terugkeer naar het
eilandenrijk op ons en onze kinderen een behoorlijke impact zal hebben.
In de drie jaren die we hier in Nederland hebben doorgebracht, zijn we
natuurlijk veranderd. Toch horen we eigenlijk in Indonesië thuis. Daar
hebben we tenslotte 24 jaar (Warni) en 28 jaar (Yusup) gewoond. Daar
bevinden zich onze wortels.
We willen de mensen die ons hebben geholpen hartelijk bedanken. Vooral
voor de financiële bijstand die we mochten ontvangen zijn we bijzonder
erkentelijk. We bidden dat de deze investering aan de andere kant van de
wereld mag renderen en daar mag bijdagen aan de voltooiing van Gods werk
op aarde.
Op 17 december vliegen we naar ons vaderland terug. We weten niet of we
ooit weer voet op Nederlandse bodem zullen zetten. Wel willen we hier tot
slot met nadruk vermelden dat we in dit land een prachtige tijd hebben
gehad. Vaarwel Kampen! vaarwel Nederland!