Henk Oostra

Het lijkt erop dat bijna iedere persoon die eens betrokken was bij 'de zending' moeilijk meer enthousiast leven kan zonder missionair actief zijn. het is alsof je geïnfecteerd bent door een virus dat moeilijk uit te roeien is. De meeste infecties ben ik het liefst snel kwijt. Deze echter ervaar ik min of meer als een plezierige 'last'.
Ik weet nog hoe ik als kleine jongen gebiologeerd bij opa en oma de boeken over 'Ons mooie Indië' bekeek. Een bezoek bij hen was dan pas echt van waarde wanneer ik met de boeken platen en verhalen over de zending bij de grote tafel zat.
Zendeling worden zat er echter niet in omdat de opleiding tot predikant in de beleving van mijn ouders alleen was weggelegd voor domineeskinderen.

In Zuid-Afrika waar ik via een verrassende route, direct na mijn opleiding tot onderwijzer, binnen het onderwijs verzeild raakte kwam het zendingswerk echter opeens heel dichtbij. Door omstandigheden werd ik niet het hoofd van 'die gereformeerde laerskool' maar zwierf ik van de ene naar de andere werkomgeving. Genoeg gelegenheid in ieder geval om in contact te komen met zwarte Zuidafrikanen. Helaas gooide de apartheidsideologie roet in het eten en kwam ik niet -zoals ik hoopte- terecht op de zendingspost in de Transkei maar keerde terug naar Nederland.

Na een korte tijd voor een Nederlandse klas te hebben gestaan, kwam de Heer van de Kerk met zijn oproep om na te denken over een onderwijstaak op het zendingsveld van Kalimantan Barat in Indonesië. Zo kwamen ik in 1981, met mijn vrouw en één jaar oude dochtertje te wonen in Rangkang (bij Bengkayang) en kreeg een taak als onderwijskundige aan de Middelbare Theologische Opleiding van de GGRI (Gereja-gereja Reformasi di Indonesia). Daar liggen dus mijn allereerste ervaringen en struikelingen in een totaal andere, culturele onderwijsomgeving. Hier leerde ik de eerste stapjes van contextueel bewegen.
In 1987 keerden we als gezin terug naar Nederland en raakte ik verzeild in allerlei leidinggevende en coachende activiteiten in het onderwijs. Zendingsactiviteiten leken daarna jarenlang ver verleden tijd.
Totdat via Litindo een nieuwe taak, in de sfeer van missionair werk over de grenzen, in beeld kwam. In de beleidsuitgangspunten van Litindo is een paragraaf die aangeeft dat er aandacht besteed moet worden aan 'leesstof' voor kinderen en jongeren. In dat kader ontstond de gedachte over het publiceren van een specifieke kinderbijbel die christen-ouders zou kunnen helpen in de gezinsfeer met de bijbel bezig te zijn.
Na wat over-en-weer overleg kreeg ik in 1999 de opdracht mogelijkheden voor een dergelijk project te onderzoeken. Dit onderzoek mondde uit in het CeriA-vertelbijbelproject (zie voor verdere informatie de gelinkte site). Inmiddels is de CeriA-methode in heel wat kerken verspreid over de Indonesische Archipel als bijbelvertelmethode ingevoerd.

In 2006 kreeg ik een tweede missionaire opdracht -van De Verre Naasten- in de sfeer van ondersteuning bij onderwijsverbetering. De Tiv-kerken (NKST) in Benue State, Nigeria, vroegen om een samenwerkingsprogramma in het kader van de versterking van de identiteit van het christelijk onderwijs in de scholen van de kerken. Een prachtige kans om na zoveel jaren wachten alsnog actief te zijn in de Afrikaanse context.

Begin 2007 ben ik gevraagd om zitting te nemen in de redactieraad van Litindo. Met name omdat men meer inhoud wil gaan geven aan het onderdeel literatuur voor jongeren en kinderen. Ik hoop dat ik, vooral vanwege heel wat ervaring met de CeriA-uitgaven in Indonesië, op dit gebied iets kan betekenen voor Litindo. Te meer omdat ik van mening ben dat je wanneer je de kerken wilt bouwen vooral moet investeren in jeugd en jongeren.

Voor de volledigheid waar het cv gegevens betreft: Ik ben geboren in 1948, gehuwd en vader van vier dochters. Woon momenteel in Zeewolde en ben (nog steeds) -deeltijds- actief op het gebied van interim- en verandermanagement.

 terug    naar boven