ds. J.P.D. Groen
Mag ik me even voorstellen?
Ik ben geboren op 9 maart 1952 in de stad Groningen, in de pastorie naast de
vroegere Westerkerk. In die stad heb ik mijn jeugd doorgebracht. Na de
middelbare schoolopleiding ben ik verder gaan studeren aan de Theologische
Universiteit (toen nog: Theologische Hogeschool) van de Gereformeerde Kerken
(vrijgemaakt) aan de Broederweg in Kampen.
In die tijd werden er door de zendende kerken jaarlijks zendingscongressen voor de studenten georganiseerd. Op één daarvan werd ik bijzonder geraakt door wat met name wijlen ds. Jac. A. van der Velden vertelde over het werk op Papua (toen nog: Irian Jaya). Dat liet me niet meer los, en zo groeide langzaam het besluit om, als de Here mij daarvoor de gelegenheid zou geven, de zending in te gaan.
Toen ik in 1976 afstudeerde, kreeg ik verschillende zendingsberoepen, maar het gebied waar Van der Velden over gesproken had, trok mij het sterkst, en zodoende werd het Papua. Er volgde toen een tijd van voorbereiding, waarin ik onder meer een taalcursus van het Summer Institute of Linguistics in Engeland volgde. Later deed ik een vervolgcursus in Sydney, Australië.
Van januari 1978 tot mei 1994 heb ik in Papua mogen werken in het gebied van de Kombai-mensen. Die wonen helemaal aan de bovenloop van de Mapi, in de heuvels tussen de stroomgebied van Digul, Mapi en Ndeiram, in de zuidelijke laagvlakte van Papua. Het was pionieren in een toen nog bijna geheel onontsloten gebied. Na verloop van tijd ontstonden er verschillende gemeenten, en werd gemeenteopbouw een steeds zwaarder accent. Als leden van een heel team van door onze kerken uitgezonden zendingswerkers, werden we van tijd tot tijd ook geroepen om les te geven aan de Theologische opleiding in Boma.
Al die jaren woonden we als enige blanken in het onder onze leiding geopende dorp Wanggemalo. Bijna, want eind jaren 80 begin jaren 90 hadden we enige tijd gezelschap van de fam. dr. L.J. de Vries, die als linguïst de Kombai-taal kwam beschrijven. Samen met de Kombai-predikant Geyo Weremba hebben we toen het Markus-evangelie in het Kombai vertaald. Ook daarvoor had het werken in de stamtaal trouwens al de aandacht gekregen; dat kan ook moeilijk anders in een omgeving, waar de kennis van het Indonesisch minimaal was. Behalve het Markus-evangelie verscheen er ook een boekje met Christelijke Kombai-liederen.
In Papua leerde ik ook al heel gauw mijn vrouw kennen, die in hetzelfde jaar als ik door Mesoz (een voorloper van DVN) naar Papua was uitgezonden als verpleegkundige. Eind 1979 zijn we samen getrouwd, en in de jaren tot onze repatriëring in 1994 kregen we in Papua 6 kinderen. Mijn vrouw heeft al die jaren het medische werk in de Kombai begeleid, maar kreeg het daarnaast uiteraard steeds drukker met het lesgeven aan onze kinderen.
Terug in Nederland heeft mijn vrouw nu haar draai weer gevonden in het medische werk, al hoopt ze nog steeds dat ooit nog weer een keer ergens in één van de ontwikkelingslanden te kunnen doen. Zelf ben ik vanaf 1995 betrokken bij het LITINDO-project, en kan daar zo de door de jaren heen opgebouwde ervaring in Indonesië ten goede doen komen aan de kerken in dat land. Samen doen we met veel plezier ons werk vanuit Wezep, waar we het in de gemeente van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) goed naar onze zin hebben. Ik ga daar en in de omliggende gemeenten zo nu en dan voor in de eredienst, maar moet dat wel beperken, om de tijd vrij te houden voor het werken aan de LITINDO-projecten. Overbodig te zeggen dat er weinig tijd over blijft om aan genealogie of aan mijn andere liefhebberijen te besteden!