Laatste nieuws . Oude nieuwsitems . Publicaties . Veelgestelde vragen . Archief

De herbouw van Nias

Voor het eerst zet ik als medewerker van LITINDO voet op Nias, een klein eiland ten westen van Noord-Sumatra. De boeken van LITINDO zijn mij al voorgegaan. Vorig jaar heeft LITINDO de door de de tsunami en aardbeving gedupeerde dominees geholpen, ieder met een set van de serie gemeentetoerusting. Juist die boeken zijn de reden dat ik nu naar Nias reis. Men wil graag meer weten over de achtergrond van die boeken: "Kan iemand van LITINDO niet een seminar komen geven op onze Theologische Hogeschool?" LITINDO is op dat verzoek positief ingegaan. Ik word hartelijk verwelkomd.

Een kapot en gescheurd land
Twee weken breng ik op Nias door, te gast bij de BNKP, de christelijke protestantse kerk van Nias (in 1865 gesticht door de lutherse zending). Ik geef een cursus van vijf dagen aan de predikanten en de ouderejaars studenten over 'de bijbel lezen en verklaren'. En ik bezoek een aantal gemeenten en predikanten op het eiland. Vanuit het stadje Gunungsitoli aan de oostkust van Nias reis ik naar Teluk Dalam in het zuiden. Daar logeer ik bij een mij bekende alumnus van SETIA, ds Siasat Lahagu. Ik ga ook - op een regenachtige dag en over een bar slechte weg - naar de westkust, naar Sirombu, het door de tsunami getroffen gebied. Al reizend over het eiland leer ik begrijpen, waarom ik er van alle LITINDO-boeken het vertaalde boek van ds C. Bijl, Zo rijk als Job, het meest aantref. Waar je ook komt, overal zie je de puinhopen van ingestorte huizen, kerken, bruggen, wegen. Nias is een kapot en gescheurd land, eerst door de tsunami en daarna door de aardbeving. Nias heeft een Job-ervaring beleefd.

De straf van God?
Ds Zandoto is mijn gids naar Sirombu. Voor hij docent werd aan de hogeschool in Gunungsitoli, heeft hij een jaar of tien de BNKP op West-Nias gediend als districtspredikant. Hij kent het door de tsunami getroffen gebied op zijn duimpje. Hij laat mij de ellende zien, maar ook de wederopbouw die overal plaatsvindt. Wat mij onderweg sterk opvalt - en dat leg ik hem voor - is de enorme ijver van de mensen. Langs de weg is het een en al bedrijvigheid. Er ligt pas geoogste rijst in de zon te drogen. En cacaobonen, vanille, sojabonen, rubber. Maar ook net gezaagde balken en planken, verse bakstenen en van blad gemaakte dakbedekking. Langs de kustweg liggen hopen zand en tot grint gebikte stenen. Overal wordt gebouwd. De mensen gaan er zo te zien positief tegenaan. Maar hoe kijken ze eigenlijk terug op die tsunami en die aardbeving? Zien zij die ook als straf van God, als in Yogyakarta waar net een week voor mijn bezoek aan Nias een aardbeving gebeurde en de Merapi uitbarstte?

Ds. Zandoto vertelt me dat de bevolking van Nias voor 90% christen is (vooral luthers en katholiek). De meeste christenen interpreteren deze rampen inderdaad als Gods straf. Maar niet zozeer als een straf voor hen persoonlijk, maar voor heel Indonesië als natie. Er gebeurt steeds meer onrecht. Het land staat bol van de corruptie. Maar natuurlijk voelt iedereen zich ook persoonlijk geslagen door de hand van God en zien ze wat gebeurd is als een waarschuwing om Hem te gehoorzamen. God maakt heel Indonesia ervan bewust dat Hij er is.

De schokkende werkelijkheid
We rijden langs de kust van Sirombu. Verderop is de branding. De golven lopen rustig uit op het strand. Ik probeer het mij voor te stellen: die kolossale vloedgolf kwam daarvandaan en heeft deze landtong overspoeld en alles meegesleurd diep het land in. Dat is gebeurd op de plek waar ik nu met ds Zandoto sta te praten. Het is schokkend om te zien: een verwoest spookdorp, waar geen mens meer durft te wonen. Eerder al had ik gehoord over de aardbeving op Tweede Paasdag vorig jaar. Dat gebeurde rond middernacht. De aarde ging heen en weer, op en neer. Doodsbang vluchtten de mensen de heuvels in, weg van de instortende huizen. Ook de aula van de hogeschool is ingestort. En in de muren en de vloer van de bibliotheek zitten dikke scheuren.

Een nieuwe toekomst
De mensen op Nias zijn zwaar beproefd. Maar met een positieve instelling zijn ze begonnen aan de herbouw, met veel hulp van buiten. Overal zie je de tenten van de UNHCR en het Rode Kruis. Op de weg zie je de vrachtwagens van internationale hulporganisaties. We komen ook langs zogeheten relocatieprojecten: op een plek ver van zee worden nieuwe, bevingsbestendige huizen gebouwd. De mensen zijn dankbaar voor al die hulp. Maar er is toch ook wel een hoop - hoe zal ik het zeggen - mistroostigheid. Ik vertel ds Zandoto wat ik net in het voorbijgaan zag: een oudere man stond in het keurig aangelegde tuintje voor zijn blinkend witte nieuwe huisje, een plantje in zijn ene hand, rondkijkend: 'waar zal ik dit es planten?' Hij zag er niet echt gelukkig uit. "Nee, dat klopt," antwoordt ds Zandoto. "De mensen zijn beslist heel blij met al die hulp. Ze waarderen het echt. Maar al dat nieuwe is voor hen toch wel vreemd. Want hun oude leven komt nooit meer terug. Ze missen hun omgekomen geliefden. Ze kunnen niet meer wonen op hun vertrouwde plek. Dat durven ze ook niet meer. Ze zijn hun wortels kwijt. Ze moeten echt een heel nieuw leven opbouwen. Het onomkeerbare van hun situatie, dat zorgt voor verdriet en wanhoop."

Ds Zandoto brengt me naar een paar opbouwprojecten van de BNKP. De kerken helpen de Niassers met de herbouw, gesponsord door buitenlandse gevers. Ds Zandoto heeft er de supervisie over. In een van de dorpen, Mandrehe, gelegen in de heuvels middenop Nias, wordt een nieuwe kleuterschool gebouwd. Timmerlui zijn druk aan het zagen en schaven. Het wordt maar een eenvoudig gebouwtje. Dat geeft niet. Als de kinderen maar weer naar school kunnen. Daarmee laat je de kinderen zien dat er toekomst is en dat je niet bij de pakken moet gaan neerzitten.

In Sirombu heeft de BNKP een kilometer of vijf van de kust een rij nieuwe huizen laten bouwen. De huizen staan middenin een veld, alleen maar bereikbaar via een karrespoor. De mensen - vooral veel kinderen - komen meteen aanlopen op het geluid van onze auto. Ds Zandoto legt uit: "Kijk, deze huizen zijn gebouwd voor de mensen die het ergst door de tsunami zijn getroffen. Ze krijgen deze huizen gratis. Maar ze verplichten zich wel om hier om de huizen heen tuinen aan te leggen om zo een nieuw bestaan op te bouwen. Ds Zandoto wijst om zich heen en zegt: "Als dat goed gaat, krijgt ieder huis straks een lap grond in eigendom. En er worden nog eens zoveel huizen bijgebouwd voor andere slachtoffers. Het zal ze vast niet meevallen. Ze woonden eerst op het strand en leefden van de visserij. Maar ze zien het echt als hun nieuwe toekomst. Kijk maar." En ja, hoor, in de pas aangelegde tuinen komen de gewassen al op. Ds Zandoto staat er net zo glunderend bij als de eigenaren.

Ya'ahowu!
Nias heeft nog een lange weg te gaan. Maar de mensen zijn vol goede moed. In mijn cursus ging het over de bijbel: die gaat over de verlossing door Christus ('christocentrisch bijbellezen'). In dit gescheurde land is Christus het enige houvast. God belooft een eeuwige toekomst aan ieder die in Hem gelooft. Op de nieuwe aarde. Daar zal geen ellende meer zijn. Hij geeft dat waarmee de Niassers elkaar dagelijks groeten: ya'ahowu, vrede.

Henk Venema

 terug   naar boven

bron: TADEDA intervieuw september 2006